You are here: Home » Zones »

Selected citaten

Tim Crone » Week 1 » Jussi Parikka

‘’Media ecology involves an expansion of media to include a number of processes, objects and modes of perception, motility relationality that are not usually seen as media in it’s modern cultural sense; in the expanded mode, media becomes an ethological rationality rather than merely a technological object.’’

Deze quote van Jussi Parikka komt uit het artikel ‘Media Ecologies and Imaginary Media: Transveral Expansions, Contradictions and Foldings’. Parikka beschrijft hier zijn definitie van het begrip ‘Media Ecology’. Volgens media ecology is media verweven met de natuur en haar omgeving, er is dus een constante uitwisseling van informatie gaande tussen deze twee. Media spelen een essentiële rol in de waarneming van mensen. De wereld waarin wij ons bevinden en welke ons vormt bestaat voor een groot deel uit media en deze media laten ons denken en waarnemen volgens hun vastgestelde kaders. Media zijn inmiddels onlosmakelijk aan de mens verbonden en zonder media zouden een hoop zaken niet mogelijk zijn. Een goed voorbeeld hiervan zijn de termen ‘folding of time’ en ‘folding of space’. Folding of space, het vouwen van ruimte, houdt in dat media ons de kans geven gebeurtenissen die op één specifieke locatie plaatsvinden, van overal ter wereld te aanschouwen. Denk aan 9/11, iedereen ‘maakte het zelf mee’, maar niet door in New York te zijn, maar door de televisie aan te zetten. Folding of time, het vouwen van tijd, kunnen we door de moderne media gebeurtenissen terugkijken wanneer we maar willen. Het internet is één grote opslagplaats van data geworden die we op elk gewenst moment kunnen oproepen en opnieuw waarnemen. Parikka tracht ons te laten begrijpen hoe media worden waargenomen door de mens en de verschillende processen die met deze waarneming gepaard gaan. Media worden niet gezien als een creatie van de mens, maar als iets wat er vanzelfsprekend en van nature is. Deze zienswijze verschilt van vele andere mediatheorieën.

Tim Crone » Week 2 » Steven Shaviro

''Southland Tales doesn’t offer us a way out from the nightmare of 'capitalist realism', or the neoliberal “end of history.” But in its crazy ambition, its full engagement with contemporary media, and its terrible sincerity, it is one of those rare works that dares to be “as radical as reality itself.”

Dit citaat is afkomstig uit het artikel van Steven Shaviro dat we gelezen hebben in week 2. Shaviro beschrijft in dit artikel de film Southland Tales uit 2006 van regisseur Richard Kelly. Southland Tales speelt zich af in Los Angeles en schetst een toekomstbeeld na twee nucleaire aanvallen in de staat Texas, met de nadruk op de militaire staat die hierbij ontstaat en de gevolgen van het kapitalisme. Kelly heeft er voor gekozen tijdens het schieten, maar vooral tijdens het monteren van de film lak te hebben aan de gevestigde conventies. Zo lijken er meerdere verhaallijnen te bestaan die ieder hun eigen hoofdrolspeler centraal hebben staan: soldaat Abilene, acteur Boxer, agent Taverner en pornoactrice Krysta Now. Deze verschillende verhaallijnen vormen geen samenhang en worden willekeurig afgewisseld in een flarden aan shots. Volgens Shaviro kan de film als zeer chaotisch worden ervaren door de kijker, er wordt een beroep gedaan op je geheugen en de status quo uit de huidige samenleving. De film botst met alles wat wij als ‘normaal’ bestempelen en de kijker krijgt alles chaotisch en zonder samenhang aangeboden. Toch stelt Shaviro dat dát juist de grote overeenkomstigheid is met de wereld waarin wij leven, hij ziet de film als ‘een radicale realiteit op zichzelf’. Deze verklaring tracht Shaviro te verduidelijken door Haraway aan te halen in zijn artikel: de grens tussen fictie werkelijkheid vertroebeld en is niets meer dan een illusie. De mogelijkheden die nieuwe media met zich meebrengen dragen hier grotendeels aan toe. Denk maar aan de 3D film of 3D bril, waarmee wij in staat zijn ons midden in de film of in een andere realiteit kunnen bevinden.Een andere manier om deze verwarring te verklaren is aan de hand van de drie beeldregimes: movement-image, time-image en neuro-image.De gangbare blockbusters hebben allen een chronologische volgorde van tijd/ruimte, inhoud…

Tim Crone » Week 3 » Gregory Bateson

“(…) the simplest but the most profound is the fact that it takes at least two somethings to create a difference.”

Tim Crone » Week 4 » Guattari

“The dominant position that information theory occupied at the core of linguistics at that time led to the adoption of a definition of language as merely a means of transmitting messages, the remainder being simply noise and redundancy.”

Taal werd vaak gezien als enkel een manier om te communiceren. Linguïsten wilden op een gegeven moment dieper in op het fenomeen taal. Verder kijken dan wat er tot dan toe was gedaan. Hoe bijvoorbeeld kunnen we taalstructuren veranderen zonder dat de boodschap daarvan verloren gaat? Guattari spreekt van een constante interactie tussen competenties en performance. Door deze wisselwerking ontstaat er nieuwe informatie. Door een verschil verkrijgt men nieuwe informatie, door het combineren van verschillende zaken ontstaat er iets nieuws. Net als Bateson dat stelde. Ook beschrijft Guattari in zijn artikel dat er geen sprake kan zijn van een universele taal, omdat ieder zijn eigen semiotische veld heeft bij een bepaalde talige uiting. Factoren als persoonlijkheid, perceptie van de wereld en geest spelen allen een rol op de manier van waarnemen. Er bestaat niet zoiets als een vastgestelde norm. Met taal is door middel van een eindig aantal tekens, denk aan het alfabet, een oneindig aantal combinaties te maken. Een kunststroom waarbij deze gedachtegang goed te plaatsen is is die van de Gotische kunst. Gotische kunst in constant in beweging en daardoor zeer veranderlijk. Spuybroek stelt dat deze vorm van kunst verschilt van andere kunstvormen, want net als bij taal wordt de kunst gecreëerd en verandert door hoe wij deze gebruiken.

Tim Crone » Week 5 » D.N. Rodowick

''In the current time of rapid technological change, “film” as a photographic medium is disappearing as every element of cinema production is replaced by digital technologies. By “cinema” I mean the projection of a photographically recorded filmstrip in a theatrical setting.''

De vraag is niet wanneer cinema doodgaat, maar hoelang geleden het is opgehouden te bestaan. Rodowick beschrijft ‘cinema’ de projectie van een fotografisch opgenomen filmstrip die wordt afgespeeld in een theatrale setting. Rodowick beschrijft het einde van de film en hoe tegenegenwoordig de technologische ontwikkelingen elkaar in rap tempo opvolgen. Film als ‘fotografisch’ medium is aan het verdwijnen net als iedere andere vorm van cinema. Allen worden opgevolgd door digitale technologieën. Volgens Allen is Hollywood niet meer primair als ‘movie business’, hij stelt dat theatrale vertoningen niet meer zijn dan reclame voor dvd/videoverkoop en andere gerelateerde bronnen van inkomsten als games en speelgoed. Alles wat chemisch en fotografisch was is veranderd in elektronisch en digitaal. Alleen spreekt over de jaren ’90 als ‘Hollywood’s last decade’, want daarna was de voornaamste economische focus niet meer het produceren van films in bioscopen.   Film is niets meer dan het versneld achter elkaar afspelen van foto’s en wordt langzaamaan vervangen door het digitale media zoals video. Video verschilt van film omdat het veel moeilijker te herleiden is naar de realiteit. Bij een foto of film is het verband tussen de afbeelding en de werkelijkheid veel gemakkelijker te leggen, want wat er op de foto of film te zien is, heeft zich ooit in de realiteit afgespeeld: de setting, de personen of objecten en de fotograaf bestaan of hebben bestaan. Bij digitale media als video is dit echt een stuk lastiger. Wij denken wel een realiteit te kunnen ontdekken, maar we worden eigenlijk voor de gek gehouden. De computer toont ons, door middel van algoritmes bestaande uit nullen en enen, een representatie van de werkelijkheid. Maar het zijn dus niets meer dan een reeks nullen en enen.

Tim Crone » Week 6 » D.N. Rodowick

''There are no “new media”; there are only simulation and information processing used in reformatting old media as digital information.'

Ook in week 6 van de cursus Mediavergelijking staat het boek The Virtual Life of Film van Rodowick (2007) centraal. Deze week echter bespreken we het derde deel van het boek genaamd ‘A New Landscape (Without Image)’. In dit deel geeft Rodowick zijn visie over ‘nieuwe’ media en hoe deze media in relatie staan tot film. De auteur beschrijft dat film niet langer een modern medium is, omdat het onderhevig is aan historische gebeurtenissen. De oorzaak hiervan ligt dan ook bij de transformatie van het bewegende beeld in film door de komst van het digitale tijdperk.Aan de hand van dit hoofdstuk probeert Rodowick ‘nieuwe’ media te definiëren. Hij komt dan ook tot de conclusie dat ‘nieuwe’ media eigenlijk helemaal niet bestaan. In bovenstaand citaat stelt Rodowick dat er geen sprake is van ‘nieuwe’ media, maar van een simulatie en informatie proces waarin oudere en reeds bestaande media transformeren in ‘nieuwe’ media. Volgens Rodowick zijn ‘nieuwe’ media gedigitaliseerd door de samenvoeging van analoge media. De auteur stelt dat analoge media in tegenstelling tot ‘nieuwe’ media een realistisch beeld creëren en in directe verbinding staan met de gebruiker. Beelden die door nieuwe media ontstaan zijn gedigitaliseerd en kunnen bewerkt zijn. Het realistische beeld verdwijnt samen met het historische aspect van het medium.Bovenstaand proces kan gekoppeld worden aan de term remediatie. Met remediatie wordt als het ware een proces aangeduid waarin een nieuw medium de eigenschappen van reeds bestaande media overnemen. Elk nieuw medium neemt de inhoud van een oudere media in zich op. Hoewel Rodowick deze term niet vaak aangekaart en naar mijn idee liever niet gebruikt bedoelt hij in zekere zin wel dit transformatieproces. Enig verschil is te zien in de wijze waarop Rodowick een medium beschrijft. Oudere en reeds bestaande media kunnen we onderscheiden aan de hand van betrokken automata. Digitale…

Tim Crone » Week 7 » Brian Massumi

“They were signals without signification”

Bovenstaand citaat is afkomstig van Brian Massumi welke hij noemt in zijn artikel Fear. De letterlijke betekenis luidt als volgt: er waren signalen, maar geen betekenis. Hij beschrijft in zijn artikel het kleurensprectrum van de Verenigde Staten dat aangeeft in welke mate er een terroristische dreiging heerst. Er was behoefte aan zo’n spectrum na de aanslagen van 9/11. Het significante echter is dat de schaalverdeling ‘low risk’ als laagste graad van dreiging kent, wat zou betekenen dat er áltijd sprake is van kans op een terroristische aanslag. Het kleurenspectrum geeft ons ook niet meer informatie dan dat een dreiging is afgenomen, dan wel toegenomen. Het vertelt niets over plaats, wie er verantwoordelijk zijn en hoe de aanslag uiteindelijk gepleegd gaat worden. Kortom, geen essentiële informatie die het gevoel van onrust zouden kunnen wegnemen bij de burger. Massumi concludeert hieruit dat het kleurenspectrum enkel gebaseerd is op angst, omdat deze geen ‘veilige’ kleur kent. Terrorisme is moeilijk waarneembaar, we weten dat het zich ergens op de wereld afspeelt, dat er plannen worden gemaakt, maar tegelijkertijd heerst er een grote onzekerheid en weten we niet wat er komen gaat: de signalen zijn er, maar de betekenis ontbreekt. Massumi stelt het medium televisie centraal. Hij noemt deze ook wel een ‘event medium’, omdat televisie een gevoel van saamhorigheid teweeg kan brengen. Als er een gebeurtenis plaatsvindt wat mensen nationaal en internationaal raakt, zoals 9/11, is er geen ander medium dat de urgentie zo goed weet te verbeelden. Mensen van overal ter wereld zien bijna gelijktijdig wat er gebeurt en wakkert het ‘we moeten hier iets aan doen’-gevoel aan. Iedereen maakt een gebeurtenis als het ware tegelijkertijd mee, we kunnen dus stellen dat televisie een spacefolding medium is. Het verspreid een event van de locatie waar het zich afspeelt naar huiskamers overal ter wereld.

Tim Crone » Week 8 » Gilles Deleuze

“Marketing has become the center or the "soul" of the corporation. We are taught that corporations have a soul, which is the most terrifying news in the world. The operation of markets is now the instrument of social control and forms the impudent breed of our masters.”

Letterlijke vertaling van het bovenstaande citaat luidt als volgt: Marketing is de hoofdzakelijk bezigheid, zelfs ‘ziel’, van een bedrijf geworden. Het feit dat ons geleerd wordt dat bedrijven een ‘ziel’ hebben is angstaanjagend nieuws. Hoe markten bespeeld worden is het instrument voor sociale controle. Deleuze stelt deze constatering centraal in zijn artikel, het baart hem zorgen, maar hij probeert op een luchtige manier een beeld te vormen van wat er gaande is in de wereld. Foucault noemde dit al eerdere de ‘society of control’, machtssystemen zullen er altijd zijn: Verdwijnt de één, komt er een ander voor terug. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het kapitalisme zich verspreid over grote delen van de wereld. Bedrijven hebben maar één doen: zoveel mogelijk winst behalen. Altijd gaat dit ten kosten van de consument, welke wordt bespeeld door het instrument der sociale controle: marketing. Middels slim uitgedachte campagnes worden geen producten aangeprezen, maar nieuwe behoeftes gegenereerd bij de consument. Deze is er vervolgens van overtuigd enkel nog deze behoefte te kunnen stillen door het aanschaffen van nieuwe goederen en/of diensten. Op deze wijze ‘controleert’ het kapitalisme de samenleving. Verschillende bewegingen proberen een vuist te maken tegen de graaicultuur. Meest bekende en recente voorbeeld hiervan is de wereldwijde Occupy-beweging. Deze beweging probeert door middel protesten een halt toe te roepen tegen, in mijn ogen ook de society of control. De machthebbers in de bovenste regionen van het bedrijfsleven hebben een dermate 'controle' op regeringsleiders dat hier ook sprake is van een 'society of control'. Deleuze beschrijft de verschuiving van een disciplinaire samenleving naar de controlemaatschappij. In een disciplinaire samenleving bevind de mens zich in steeds verschillende instituties; van familie, kerk, dorp tot aan het werk. Elk van deze instituties uit zijn eigen ‘controle’ over iemand. In de controlemaatschappij, of ‘Society of Control’, heerst er één enkele…

Ineke Boeter » Week 1 » Fuller, in Parikka

Media function as an ecology in the sense that they are formed through circulations of energies, functions and so on, as well as the fact that they redistribute the forces that are not only technological in their existence but also aesthetic, economic and chemical.

We hebben nog maar twee teksten gelezen en weten nog maar weinig over media ecologie. Deze zin maakt in één keer duidelijk wat een ecologie een beetje is. Eigenlijk is dit citaat van Fuller en kan daardoor aanzetten tot het lezen van teksten van Fuller, of het kijken naar wie Fuller is. Fuller wordt wel meer genoemd in deze tekst en dus blijkbaar belangrijk. Media ecologie is het bestuderen van omgevingen waarin media zich bevinden, en hoe deze media in deze omgevingen functioneren en de omgeving beïnvloeden.Media hoeven niet per se objecten te zijn en bovendien zijn niet alleen de technologische aspecten van belang, het heeft ook te maken met andere krachten, zoals economische krachten. Maar ook de natuur speelt een grote rol. Hoewel media vaak worden gezien en uitgelegd als ‘dingen’ die de mens heeft ontwikkelt, heeft de natuur wel degelijk een grote rol. Vanuit de natuur en de omgeving hebben wij mediavormen ontwikkelt, deze komen niet zomaar uit het niets. Dit maakt Parikka ook duidelijk met The Eco Media Project. Dat maakt het begrip media en ecologie breed en ingewikkeld. De tekst van Guattari legt gronding uit wat media ecologie is en deze zin vormt daar een kern van en zet een statement aan het begin van deze tekst. De tekst roept bij de lezer gelijk meerdere vragen op, omdat er meerdere begrippen worden genoemd, zoals ‘transversal expansions, contradictions and foldings’. Doordat in de zin duidelijk wordt dat er meerdere factoren spelen bij ecologie en media, kun je gelijk enigszins begrijpen waarom er uitbreidingen, tegenstellingen en vouwen zijn. Hoewel er nog veel meer speelt rondom die concepten is het toch handig om alvast een idee te hebben. Tegelijkertijd geeft het een introductie voor de komende alinea’s. Hoogstwaarschijnlijk worden deze concepten in de komende alinea’s uitgelegd, of in ieder geval…

Ineke Boeter » Week 2 » Shaviro

It is rather a vast, open performance space, carnivalesque, participatory, and overtly self-reflexive.

Dit citaat wordt genoemd wanneer Shaviro het heeft over ‘the mediascape’. Binnen de film Southland Tales zie je ook tv-schermen. En op die schermen zijn ook weer de personages te zien die ook gewoon in de film spelen. Je zou kunnen spreken van een film binnen een film. Personages in de film kunnen naar zichzelf of andere personages kijken op schermen. Zoals in dit citaat al wordt genoemd is het ‘overtly self-reflexive’. Dit betekent dat het openlijk laat zien dat het object, hetgeen wat een personage op het scherm in de film ziet, hetzelfde is als het subject, het personage zoals wij hem/haar zien op het scherm.Tegenwoordig is het niet moeilijk om zelf op tv te komen. Je kunt uitzendingen makkelijk bezoeken en door de vele talk shows worden er veel ‘gewone’ mensen uitgenodigd. We kunnen dus naar onszelf of vrienden kijken. Daarnaast hebben media zich zo ontwikkelt dat we zelf kunnen film met camera of telefoon, en deze zelf thuis op de computer kunnen bekijken.Mensen kunnen ook elkaar openlijk in de gaten houden door te filmen, en kunnen dat online zetten op bijvoorbeeld YouTube. Daarom is de mediascape niet verborgen of geheim, maar ‘a vast, open performance space’. Een open en publieke ruimte waar we allemaal aan mee kunnen doen. In dezelfde alinea wordt ook nog gesproken van ‘participatory Panopticon’. Wat inhoudt dat mensen constant zelf surveilleren, en dat ook vrijwillig wordt gedaan. Het wordt hen niet verplicht door de regering. Bovendien houdt men niet alleen anderen in de gaten, maar gebruikt ook materiaal van zichzelf. Zo maakt men publiciteit voor zichzelf. Hierbij kan men discussie voeren over de veiligheid van mensen.Ten slotte wordt het ‘carnivalesque’ genoemd. Met andere woorden humor en chaos.Dit alles hoort dus bij onze manier van leven. De manier waarop wij ons hebben ontwikkeld met media…

Ineke Boeter » Week 3 » Bateson

It is correct (and a great improvement) to begin to think of the two parties to the interaction as two eyes, each giving a monocular view of what goes on and, together, giving a binocular view in depth.

Dit citaat komt uit de tekst Bateson. In het eerste deel van de tekst legt hij uit hoe informatie (nieuws door verschillen) bestaat uit twee entiteiten. Dit legt hij onder andere uit aan de hand van de verrekijker. Een verrekijker bestaat uit twee delen, twee lenzen waar je doorheen kijkt, toch bestaat het beeld dat je ziet uit één samenhangend beeld. Je kunt door de verschillende lenzen van de verrekijker kijken en door allebei de kokers zul je hetzelfde zien. Maar samen krijgen ze een extra dimensie. Samen vormen ze nieuwe informatie in een extra dimensie. In de tekst staat nog een afbeelding als goed voorbeeld en verduidelijking. Twee ronde cirkels die elkaar op een bepaald punt overlappen. Onze hersenen, ons bewustzijn bevat in principe niks. We hebben alleen ideeën, informatie, oftewel nieuws door verschillen. Dingen vallen pas op wanneer ze anders zijn dan normaal, dus wanneer ze verschillen. Dan pas is het nieuws en dringt het tot je door. Hoe je die informatie ontvangt of hoe je ‘leert’, is hoe je leert over jezelf en hoe je kan veranderen. Leren doe je ook door interactie en een relatie tussen twee wezens is altijd een product van twee beschrijvingen. Daarom bestaat interactie uit twee ogen, die samen tot een derde, verschillende dimensie kunnen komen. Een relatie is juist die dubbele kijk, twee optieken die samen komen.Het citaat, en de tekst er omheen, zijn belangrijk en goed, omdat het onze persoonlijke kijk op de wereld beschrijft en de relaties met alle dingen om ons heen. Het is een ingewikkeld proces, maar onderzoekers komen steeds verder, en dit is weer een stapje verder. Omdat de benadering hier onder andere ook biologisch is, laat dit ook weer zien dat er meerdere benadering zijn en ook nodig zijn voor het ontrafelen van dingen.

Ineke Boeter » Week 4 » Lars Spuybroek

We will call this configurational variation.

In de gotiek wordt het element constant verandert door de altijd verschuivende combinatie van de sub elementen, die op zichzelf ook nog eens flexibel en variabel zijn. Elk onderdeel heeft zijn eigen variaties, manieren om ribben samen te stellen met een nieuw resultaat, een nieuw ontwerp. De sub elementen worden ribben genoemd. Maar om nieuwe configuraties te krijgen zijn er twee gerelateerde gebieden van veranderlijkheid. Een set van figuren heeft een eigen veranderlijkheid, en de combinaties / configuraties van elk figuur.Daarin verschilt de gotiek van de renaissance. De kunst en architectuur uit de renaissance kent alleen proportionele variatie. Dit houdt in dat een element beperkt blijft. Wanneer het geheel een grotere of kleinere schaal krijgt veranderen de proporties wel, maar niet het element zelf. Belangrijke mensen waar hij onder andere naar verwijst in de tekst: Ruskin, Worringer en Deleuze. Ruskin vanwege zijn essay The Nature of Gothic. Deleuze omdat hij een van de laatste voorstanders was, hoewel hij gotiek op een onherkenbare manier zag. En Worringer kwam met een belangrijk concept: Gothic line.In het hoorcollege werd verteld dat dingen veranderlijk zijn. Je kunt iets op verschillende manieren meten of indelen, waardoor er een verandering ontstaat van iets wat eigenlijk nog wel hetzelfde is. Ook wordt in dit stuk tekst kort het concept ‘digitaal’ aangehaald. Hoewel niet digitaal als in de zin van ‘elektronisch berekend’. Daarmee wordt aangetoond dat concepten zoals ‘digitaal’ ook toepasbaar is op andere dingen, zoals architectuur, en niet alleen verbonden is met elektriciteit en computers. Voor de schets en het werk hebben we een ‘motor schema’, een reeks van acties in ons hoofd geprogrammeerd. Het schetsen en het maken verloopt parallel. De digitale code brengt leven in de elementen, want er bestonden al relaties voordat de elementen er daadwerkelijk waren.

Ineke Boeter » Week 5 » Rodowick

The question is not whether cinema will die, but rather just how long ago it ceased to be.

Met ‘cinema’ wordt hier de projectie van een fotografische opgenomen filmstrip in een theaterachtige setting bedoeld. Blijkbaar is er een iemand geweest die zei dat cinema zou sterven. Dat zou betekenen dat het niet meer zou bestaan en dat het plaats zou hebben gemaakt voor iets anders. Misschien kijken we dan niets meer in een theaterachtige setting. Maar blijkbaar is dat helemaal niet aan de orde, want cinema blijkt al lang niet meer te bestaan volgens Rodowick. Hoewel er nog wel een soort cinema bestaat is het al lang niet meer in dezelfde vorm. Cinema is dusdanig verandert dat het niet meer op het concept lijkt zoals in eerste instantie bedoelt. Voor Rodowick persoonlijk was het einde van cinema rond 1989. In 1970 was het volgens hem nog mogelijk om film te zien als een autonoom esthetisch object, omdat het materiaal waar de film op stond van hot naar her ging. De enige manier om een film te zien was door op de juiste plaats te zijn waar de film was en waar hij geprojecteerd kon worden. Daarna werd film video. Je hoefde niet meer op de ene plaats te zijn, maar kon thuis kijken als je de juiste materialen had. Films werden gekopieerd voor iedereen. Dit is voor deze tekst en de komende weken een sterke zin, omdat het de sfeer neerzet van waar het de komende tijd overgaat. Veranderingen van media en gebruik zijn centrale onderwerpen in de cursus. Dit zie je ook terug in de presentaties van kunstwerken in de werkgroepen, waarbij een camera ineens niet meer wordt gebruikt waarvoor hij oorspronkelijk gebruikt werd. Waarbij plastic vuilniszakken ineens een kunstwerk vormen en wij dat ook allemaal accepteren als kunst. Bovendien denk ik dat veel mensen niet zo over cinema nagedacht hebben, omdat de ontwikkelen vaak natuurlijk overkomen.

Ineke Boeter » Week 6 » Rodowick

A new territory has unfolded on electronic and digital screens, and this is a landscape “without image” for two reasons.

In het eerste deel van Rodowick werd al gezegd dat het niet de vraag is of cinema niet meer zal bestaan, maar wanneer cinema is opgehouden met bestaan. Film had become video. We hoeven niet meer naar de bioscoop op een film te zien, maar kunnen thuis kijken op video en nu ook DVD. Dat verandert de manier waarop film gemaakt en bekeken wordt. En al die ontwikkelingen hebben zich in relatief korte tijd gemanifesteerd. Die ontwikkelingen zijn nog niet gestopt en daarom is dit nieuwe terrein of ‘new territory’ nog onbekend. In de tekst die op deze zin volgt worden twee redenen genoemd met betrekking op het landschap “without image”. De eerste reden heeft betrekking op het historische effect. De toekomst van de elektronische en digitale kunsten is bijna niet voor te stellen en we weten dus niet wat de toekomst ons zal brengen. De ontwikkelingen zijn ook zo snel gedaan, dat we ook geen historisch beeld hebben van de vormen en hoe ze het heden zullen beïnvloeden. Jean-Luc Godard wordt genoemd, omdat Godard ons met zijn film Eloge de l’amour wil laten kijken naar twee landschappen, die van film en die van video.De tweede reden is ontologisch. Ontologie is een term uit de filosofie en betekent ‘zijnsleer’. De leer van het zijn en de algemene eigenschappen van dingen. Wat nu gebeurt op elektronische en digitale schermen is niet hetzelfde als wat eerst gedefinieerd werd als een gecreëerd beeld. Het ‘zijn’ is veranderd. Dat maakt het tegelijkertijd ook nog moeilijk om het nieuwe aan een medium te definiëren. Is iets wel nieuw, of was het gewoon nog in ontwikkeling en is de uiteindelijk vorm pas nieuw. Of is er helemaal geen sprake van iets nieuws, maar gewoon een ontwikkeling van foto naar film en van film naar video?

Ineke Boeter » Week 7 » MacKenzie

A generic term for those components of a computer system that are intangible rather than physical.

Het hoofdstuk van MacKenzie begint met concept die deze week de kern vormt, namelijk he begrip ‘software’. Hij begint gelijk met een soort definitie die Raymond (1996) geeft. Hoewel dit een definitie is, is het niet zo dat dit voor alles geldt. Software volgens Raymond is een algemene term voor de componenten van een computersyteem. Deze componenten zijn ontastbaar zijn. Raymond stelt ook dat ‘software’ het meest gebruikt om te refereren naar de programma’s die worden uitgevoerd door het computersysteem apart van de fysieke hardware. In deze tekst van MacKenzie wordt software onderzocht als sociaal object en proces. Software belichaamt een mix van mutatie, contingentie (toevalligheid) en behoefte aan symptomen van recente tijd. Software ondergaat verschillende fases. Het is dus geen stabiel ‘ding’, maar bestaat uit processen. Deze veranderingen of processen in software kunnen niet los gezien worden van het ontstaan vanuit codes. Het ontstaan van nieuwe media is afhankelijk van het ontstaan van software die grotendeels onzichtbaar blijft. Als is het benoemen van ‘nieuwe’ media ook een discussiepunt, want was is nu precies nieuw en wat is gewoon een logisch gevolg van een proces.Academisch werk vindt codes ook belangrijk, maar het blijft onduidelijk hoe er mee omgegaan moet worden. De codes blijven werken ondanks de software waar het voor gemaakt is of waar het is. Misschien is de formaliteit van software anders. Wetenschappers ontwikkelen ontologiën die concepten en relaties bouwen, geen definities. Want definities kunnen we niet maken. Door de complexiteit van software en de codes erachter duurt het lang voordat we tot een definitie zouden kunnen komen. Dit kost dan echter zo veel tijd dat er al zo veel dingen veranderd zijn dat de definitie niet meer klopt.

Ineke Boeter » Week 8 » Gilles Deleuze

We are in a generalized crisis in relation to all the environments of enclosure—prison, hospital, factory, school, family.

Het gaat hier dus over omgevingen, zoals ook in het citaat genoemd wordt: environments. Een individu is altijd van de ene ruimte naar de andere ruimte aan het gaan. We wonen in de vaste en gesloten omgeving: ‘thuis’ en vervolgens kunnen we naar school of het werk. Elk van deze ruimtes hebben eigen regels. Op school ben je een leerling of student die luistert naar de docent. Thuis ben je een vader of een dochter en gedraag je je naar die rol. In het ziekenhuis ben je patiënt, onderworpen aan een dokter. Van tijd tot tijd worden er veranderingen aangebracht in scholen of bedrijven, maar deze stellen maar zo weinig voor. De gang van zaken blijft hetzelfde, een school blijft een school met leerlingen en docenten. Of er nu een andere lesmethode wordt gebruikt, of dat er een nieuwe docent of directeur kom, het principe blijft hetzelfde. Deze instituties zijn dus ‘klaar’. Deleuze noemt deze plaatsen, die ook in het citaat worden genoemd, de societies of control. Deze societies vervangen de disciplinary societies. Dit laatste wordt zo genoemd door Foucault. Hij bedoelde daarmee een maatschappij waarin drie technieken van controle belangrijk zijn: hiërarchische observatie, normaliseren van oordeel en het onderzoek.Deleuze heeft het over een crisis met betrekking tot bepaalde omgevingen. Met deze crisis bedoelt hij de nieuwe installatie van systemen van dominantie en controle. Deleuze noemt vervolgens een aantal voorbeelden van de overgang tussen deze twee maatschappijen. Omdat het in deze tekst over omgevingen gaat is deze tekst van belang en is dit citaat van belang. In andere weken hebben wij het over diverse soorten omgevingen gehad, en hoe deze zijn verandert, of hoe er tegenwoordig anders tegenaan gekeken wordt. Hoe concepten veranderen en hoe moeilijk het is om een vaste definitie te geven.

Diewertje Hofman » Week 1 » Felix Guattari

"Language in its entirety is indirect discourse."

Deze uitspraak komt uit ‘The Three Ecologies’ van Felix Guattari. In zijn tekst gaat hij dieper in op de drie ecologieën die betrokken moeten worden bij het beoordelen en begrijpen van een medium. Aan de hand van zijn omgeving, sociale relaties en menselijke subjectiviteit kunnen we een medium beter begrijpen volgens Guattari. Met het laatste wordt gedoeld op de rol van de mens in een medium. Deze drie ecologieen creëren volgens hem een transversale manier van kijken. Er moet met andere woorden door de verbanden heen gekeken worden om een medium te begrijpen, aangezien de drie ecologieën altijd verworven zijn met elkaar. Een andere tekst van deze week was ‘Media Ecologies and Imaginary Media: Transversal Expansions, Contractions, and Foldings’ van Jussi Parikka die veel gelijkenissen toont met de opvattingen van Guattari. Beide zijn van mening dat media vouwen maken in ruimte en tijd. Guattari bedoeld hiermee dat een medium nooit radicaal anders kan zijn aangezien de mens er dan geen betekenis meer aan kan geven. Betekenis zit volgens Guattari dus in de herhaling, dat bedoeld hij met vouwen maken. Volgens Parikka ontstaat slechts in de herhaling de identiteit, of beter gezegd, kunnen we het medium plaatsen. Beide maken dus een koppeling naar time & space. Media zijn volgens hen altijd in processen van verschuiving aangezien de herhaling steeds veranderd, hierdoor bevindt de identiteit zich in een verschuiving.

Diewertje Hofman » Week 2 » Steven Shaviro

"There is no reason why the objects displayed by a computer have to follow the ordinary rules of physical reality.”

Tegenwoordig vinden wij het normaal om drie uur lang naar blauwe wezens in de bioscoop te kijken. Deze blauwe wezens uit de kaskraker Avatar lijken qua emoties misschien op mensen maar als je hun uiterlijk en leefomgeving bekijkt zijn de overeenkomsten ver te zoeken. Toch is Avatar door een record aantal mensen in de bioscoop bekeken en hoog beoordeeld, zo hoog dat het tot beste film van 2009 is verkozen. En er zijn nog meer voorbeelden te noemen waarin wij graag verdwijnen in een andere wereld. Want een virtuele wereld lijkt niet op onze wereld, en dat wordt er ook niet van verwacht. Hierdoor bevinden wij ons in een andere dimensie als wij kijken naar Avatar. Andere voorbeelden van dit soort films zijn The Purple Rose of Cairo en de meer recente film Inception. Al deze films bevatten een groot aantal special effects die de kijker helpen om te verdwijnen uit de 'echte' wereld. Er hoeft binnen virtual reality dus geen sprake te zijn van een nabootsing van de werkelijkheid. Bij een virtuele wereld ziet de kijker een wereld die een wereld op zichzelf is maar dan in een virtuele omgeving. Doordat deze wereld zich in een andere dimensie begeeft hoeft deze niet te voldoen aan de eisen van onze wereld. Maar hoe kan het dan dat wij ons kunnen verplaatsen in omgevingen die niet echt zijn of lijken? Dit komt doordat mensen door middel van immediacy kunnen verdwijnen in een medium. Immediacy meet in feite de mate waarin je wordt opgeslokt door een medium aan de hand van 3D technieken waardoor de film zich om je heen afspeelt. In feite hebben wij het hier over transparantie, want je hebt het idee dat het virtuele zoals Avatar een echte wereld is. Het medium is onzichtbaar geworden waardoor de virtuele werelden als echt aangezien…

Diewertje Hofman » Week 3 » Gregory Bateson

"There is a profound and unanswerable question about the nature of those ‘’at least two’’ things that between them generate the difference which becomes information by making a difference."

Dit citaat komt uit het hoofdstuk Multiple Versions of Relationship van Gregory Bateson uit het boek Mind en Nature. In het hoofdtuk Multiple Versions of the World wordt verder ingegaan op bovenstaand citaat. Bateson vraagt zich af welke vermeerdering van kennis volgt uit het combineren van informatie uit twee of meerdere bronnen? Om iets nieuws of een verschil, beter gezegd informatie, te produceren moeten er twee entiteiten zijn zodat deze twee immanent in hun onderlinge relatie kunnen zijn. Met media ecology bedoeld Bateson dat het verschil tussen twee verschillende dingen voor nieuwe informatie zorgt. Het verschil komt tot uiting in een informatieverwerkende entiteit zoals het brein. Om een som te kunnen berekenen zijn er twee delen van een som nodig. Beide sommen zijn nodig voor één bepaalde uitkomst. Het verschil tussen twee dingen maakt nieuwe informatie. Bateson is hiernaast ook van mening dat het medium noodzakelijk is voor de waarneming. Informatie realiseert zich in het verschil tussen dingen. Vanuit het medium ontwikkelen we een nieuwe waarneming. Net als bij een Fractal zie je de functies anders verbeelden vanuit een andere positie. De manier waarop je er naar kijkt bepaald volgens Bateson wat je ziet. Dit kan mooi teruggekoppeld worden aan de uitspraak uit 1964 van Marshall McLuhan: ‘The medium is the message’. Met deze uitspraak trok hij het idee dat de boodschap belangrijker is dan de boodschap zelf in twijfel. Hij stelde dat, ongeacht wat de overgebrachte boodschap ook mag zijn, de betekenis van communicatie an sich al een enorme impact heeft. De media om ons heen bepalen met welke blik we naar dingen kijken. Vanuit het uitgangspunt van Bateson en Marshall McLuhan kan er dus gezegd worden dat de toekomst voorspellen onzinnig is.

Diewertje Hofman » Week 4 » Bernard Cache

“Geography is not the field next door, nor even the neighboring district, but a line that passes through our objects, from the city to the teaspoon, along which there exists an absolute outside”.

Dit citaat is afkomstig uit ‘Dehors (Earth Moves)’ Bernard Cache. Cache kijkt op een vernieuwende manier naar ruimtelijkheid binnen de architectuur. Hij is van mening dat er geen scheiding zou moeten bestaan tussen een binnen en een buiten. Dit citaat geeft goed weer hoe Cache af wilt van de traditionele betekenis van geografie. Volgens Cache is geografie de lijn die door een object heen loopt; van stad tot de theelepel. Geografie is vanuit zijn oogpunt dus oneindig en kan niet worden gescheiden door een binnen of buiten, hij kijkt voorbij de essentie van begrenzing. Iedere mogelijkheid van een binnen lost op als we goed kijken naar wat een gebouw is. Cache verzet zich tegen het modernisme aangezien modernisten uitgaan van essentionisme. Modernisten geven een gebouw een huid waardoor de binnenkant van een gebouw niet verder wordt uitgediept. Modernisten bekijken iets als een losstaand geheeld zonder invloed van tijd en ruimte. Gebouwen worden na modernisme meer als een fractaal ontworpen. Hierbij verwijst hij naar Mandelbroth die ooit de omtrek van Engeland wilde meten. Mandelbroth kwam erachter dat als je kijkt naar elke vorm van ruimtelijkheid, iets oneindig is. Cache ziet dit als een positieve verandering aangezien gebouwen nu meer beleefd worden. Er wordt binnen de Soft Architecture van tegenwoordig niet meer ingegaan op de scheiding tussen binnen en buiten. Er wordt een soort van vloeiendheid gecreëerd. Op dit punt hangt de tekst ook samen met de tekst van Lars Spuybroek. Spuybroek is in ‘The Sympathy of things’ook tegen het modernisme en is voorstanders van The Gotic. Het Gotische zorgt volgens Spuybroek voor voor oneindige variaties, een onbegrensde hoeveelheid mogelijkheden die steeds een nieuw geheel vormen in samenwerking met de omgeving.

Diewertje Hofman » Week 5 » D.N.Rodowick

“But the emergence of digital filmmaking and, more radically, of digital synthesis might mean that the very nature of the medium is changing – in short, becoming something that is no longer film in the ordinary sense of the term.”

Dit citaat is afkomstig uit het boek ‘The virtual life of film’ van D.N.Rodowick. Het is een belangrijk citaat aangezien de film sinds 1989 niet meer de film is zoals wij die kennen door de opkomst van de videoband. Door de opkomende digitalisering digitalisering ontstaat er een nieuw tijdperk waarin film een andere vorm krijgt en aan andere standaarden hoeft te voldoen dan voorheen. Hij analyseert film in plaats van cinema aangezien het gaat om het kleine, de film. Hij analyseert film om te kijken hoe het de beleving en het ontstaan van dingen beïnvloed. Hij zegt dat er een nieuw landschap aankomt en probeert dit door iets kleins als film te laten zien. Volgens Rodowick bestaan nieuwe media niet omdat er niets wordt gemedieerd. Waarom is een digitale foto fotorealistisch? Dit komt omdat wij tegen de computer hebben gezegd dat het beeld vertaald moet worden naar een fotorealistisch beeld. Naar datgene wat de mensen willen zien.Nieuwe media draaien uiteindelijk om algoritmes hoe de computer een beeld om buigt zodat wij hem kunnen waarnemen. Op het moment dat wij dus zeggen dat er geen sprake is van automata, betekent dit dat wat er in de computer gebeurd niets te maken heeft met het transformeren van licht. Want waarom zou een dino moeten bestaan om er een film als Jurassic Park over te maken? De computer doet alsof het een medium is terwijl het de taak heeft gekregen om te rekenen. Maar om mensen het te laten snappen, moet het doen alsof het een film is. De automata zijn dus bezig om een wereld te laten zien die er niet meer is aangezien het digitale beeld gaat om éénen en nullen die mensen nog niet kunnen snappen.

Diewertje Hofman » Week 6 » D.N.Rodowick

“The presumed newness of digital practices refers less, then, to the creation of a new medium than to a large-scale historical process wherein existing textual and spatial media are transcoded into digital form so as to be manipulable by computational processes and communicable through information networks.”

In het derde deel van “The Virtual Life of Film”gaat D.N. Rodowick in op hoe film zich door ontwikkeld. Maar dit is lastig te zien aangezien de film die wij van vroeger kennen in het hedendaagse leven niet meer ontwikkeld of vertoond wordt. Het is daarom niet mogelijk om het nieuwe landschap goed weer te geven, aangezien het nog steeds vanuit de oude standaarden van film bekeken wordt terwijl deze eigenlijk niet meer gelden. Het is dus niet zo dat we het nieuwe media landschap volledig kunnen snappen of zien. We hebben oude standaarden nodig om te kunnen snappen wat een film is. Zo progammeren we de algoritmes als iets wat zich omvormt naar iets wat wij kennen. Anders kunnen we de snelle veranderingen niet plaatsen.  Een voorbeeld is het klikken van een foto met een digitale camera, het is niet nodig maar wij hebben het nodig om het vanuit ons huidige medialandschap te snappen. Uiteindelijk is alles wat voorheen analoog was zich aan het omzetten naar digitaal. Alles wat voorheen mechanisch was zoals een auto, is nu digitaal zoals bijvoorbeeld stuurbekrachtiging. De computer die erin zit stimuleert dat het een koelkast of een auto is. Het automatisme van een nieuwe media is het algoritme.  In het hoofdstuk ‘The New Media’, gaat Rodowick in op de ontwikkelingen op het gebied van film. Hij wil in dit hoofdstuk aantonen dat digitale media helemaal niet zo vernieuwend zijn als dat ze lijken. Digitale aspecten vervullen zoals hierboven gezegd namelijk een historische functie van film. Nieuwe media gedragen zich dus niet op een nieuwe manier. Ze remediëren alleen de oude manier van film maken. dit doen ze volgens Rodowick niet eens op de juiste manier want waar het vroeger ging om het omzetten van licht in materie, is dit voor de toevoeging van digitale aspecten helemaal niet nodig. Het gebruik…

Diewertje Hofman » Week 7 » Brian Massumi

“Safe, it would seem, has fallen off the spectrum of perception. Insecurity, the spectrum says, is the new normal!”

Dit Citaat komt uit de tekst van Brian Massumi. Hij gaat deze week in op de society of control met zijn tekst. Volgens hem spelen angst en bedreiging een belangrijke rol binnen onze samenleving. Angst kan volgens Massumi niet onderdrukt worden, het blijft altijd. Massumi spreekt in zijn tekst over 9/11en maakt een koppeling naar het terreuralarmsysteem van de Verenigde Staten die gebaseerd is op een kleurcodering. Deze code wordt gezien als een code van deze tijd omdat deze codering verbanden heeft met de wetgeving en het dagelijks leven van mensen. Massumi spreekt in zijn tekst over affectio, wat ook wel gezien kan worden als de reactie op een gebeurtennis waardoor er een emotie naar voren komt en uiteindelijk een effect. De kleur van de code geeft de grootheid van het gevaar aan de samenleving aan doordat mensen bij de kleur rood in paniek raken. Dit is dus het affect die de kleuren bij de samenleving oproepen. Bij kleuren is er namelijk sprake van een lege boodschap die voor fysieke angst zorgt. Hij heeft het erover hoe angst ons gehele leven beïnvloed, maar ook codes beïnvloeden ons hele leven. Vrijwel alles in ons leven heeft een code, het is daarom niet vreemd dat bedreiging een kleurcodering heeft gekregen. De kleurcodering kan gekoppeld worden aan de tekst van Adrian Mackenzie, ‘Cutting Code: Software and Sociality’. In het tweede hoofdstuk van deze tekst probeert Mackenzie te achterhalen op welke manier code een probleem vormt in onze huidige cultuur. Volgens Mackenzie is code verbonden met wetgeving, kunst en het leven zelf zoals ook het thema van het Ars Electronic Festival for Art, Technology and Culture aangeeft. Door kunst kan duidelijk worden gemaakt dat code sterk verbonden is met normen, autoriteit en conventies. Een ideaale code zou een open code zijn die voor iedereen beschikbaar en leesbaar is. Het is…

Diewertje Hofman » Week 8 » Gilles Deleuze

"In the disciplinary societies one was always starting again (from school to the barracks, from the barracks to the factory), while in the societies of control one is never finished with anything"

In de 19e eeuw was er sprake van een disciplinairy society waarin gesloten instanties voor orde en rust in de samenleving zorgde. Hierbij hadden alle individuele instanties een eigen specifieke taal. Binnen deze instanties was taal een analoog proces met afgesloten eenheden. Daarnaast waren alle instanties naar binnen gekeerd zodat iedereen er hetzelfde uitkomt. Een goed voorbeeld hiervan is de gevangenis. Mensen gaan erin om beter te worden, en dit wordt gedaan door straf en discipline. De instanties hadden dus een erg vormend karakter. Dit alles bij elkaar zorgden ervoor dat er geen sprake was van chaos binnen de samenleving.Met de opkomst van een nieuw tijdperk is er volgens Deleuze sprake van een control society. Hierbij ligt de nadruk dus niet meer op speciale instanties maar blijven we ons constant ontwikkelen. De controle en het bijbrengen van principes is tegenwoordig overal en nergens, de afgeslotenheid wordt dus doorbroken. Een goed voorbeeld hiervan zijn vele online cursussen die je tegenwoordig via vele instanties kan volgen. Hierbij is er sprake van zelfstudie, een concept dat in de 19e eeuw ondenkbaar was. Een ander goed voorbeeld hiervan is de opkomst van bedrijven en de verdwijning van fabrieken. In een bedrijf is het de bedoeling dat je met elkaar communiceert. Je kan je dus niet afsluiten van de omgeving. In een fabriek gaat het om het bedrijf zelf, waardoor je een eigen analoge taal kan ontwikkelen. De samenleving is door het losse karakter wel complexer geworden. Er wordt een ander mens gemaakt dan voorheen.