You are here: Home » Zones »

Selected citaten

Carolijn van Breevoort » Week 1 » Jussi Parikka

The idea of media as a contraction and folding of time and space underlines the insight that time and space are not just solid and stable backgrounds for action or communication.

In het artikel van Parikka staat bovenstaande zin geschreven op pagina 36. Ik heb deze zin uitgekozen omdat hier de kern van zijn artikel ‘Media Ecologies and Imaginary Media: Transversal Expansions, Contractions, and Foldings ‘ staat. Volgens Parikka zijn tijd en ruimte nauw met elkaar verbonden. Hiermee bedoelt Parikka dat tijd en ruimte niet meer in de weg staan voor media. Media kunnen mensen over heel de wereld bereiken in een korte tijd. Hierdoor kun je gebeurtenissen ervaren zoals het medium het brengt. Een goed voorbeeld daarvan is het medium televisie. Iedere woonkamer heeft wel een televisie er in staan. Zo kun je bijvoorbeeld denken aan de aanslagen op het WTC, maar ook aan andere rampen als Tsunami’s. Deze gebeurtenissen werden op televisie op een bepaalde manier uitgezonden. Ook bomaanslagen in Afghanistan kunnen worden gevolgd door de televisie. Zelfs voordat er een bom afgaat in bijvoorbeeld Afghanistan staat er al een camera gereed om beelden te maken voor de rest van de wereld. Ook kan televisie beelden uitzenden van gebeurtenissen die op dat moment helemaal niet plaats vinden. Media zorgen niet alleen voor communicatie tussen mensen of voor mediatie. Media zorgen voor betrokkenheid, maar worden ook gezien als processen die de ruimte van media binnentreden. Omdat media deel uit maken van een omgeving en een proces kunnen we stellen dat tijd en ruimte niet stabiel zijn. Omgevingen veranderen continue. Hierdoor veranderen tijd en ruimte ook en koppelen zij zich aan relaties die zijn gevormd. Hoe functioneren media in een maatschappij? Dit bedoelt McLuhan met we live in a message. We zijn onderdeel geworden van een boodschap. Het gaat uiteindelijk niet om de inhoud van het medium. Het gaat om de vorm van een boodschap die een ervaring creëert en het effect die de boodschap heeft op de omgeving. 

Carolijn van Breevoort » Week 2 » Shaviro

Southland Thales is an ironically cinematic remediation of the post-cinematic mediasphere that we actually live in.

In het artikel van Shaviro wordt de film ‘Southland Thales’ besproken. Deze science fiction film gaat over een reeks gebeurtenissen in shots en scènes die niet op elkaar aansluiten waardoor de film door veel mensen onbegrijpelijk wordt gevonden. Het gaat over een tijdperk waar veel oorlogen aan de gang zijn wat de derde wereldoorlog wordt genoemd. De gebeurtenissen hebben niets met elkaar te maken. Dit komt door de vele personen in verschillende situaties. De film werkt bevreemdend en speelt in op gevoel van onrust. Kijkers worden overspoelt met informatie die ze eigenlijk niet allemaal kunnen opnemen. De regisseur heeft hierover nagedacht omdat volgens hem dit in het echte leven ook gebeurd. Ons leven bestaat ook uit scènes die niet lineair lopen. Media zorgen ervoor dat er verschillende gebeurtenissen worden gecreëerd die niet samenhangen met andere gebeurtenissen. Ons leven bestaat alleen nog maar uit televisie, radio, mobiele telefonie, internet etc. We leven in een mediasfeer. Southland Thales laat dat op een ironische wijze zien. De film kreeg veel kritiek terwijl dit een film was die de werkelijkheid durfde te schetsen. We leven namelijk in een cultuur waar niks meer is wat het lijkt. Na de aanslagen op het WTC is er een toenemende controle op ons doen en laten en worden we beperkt in onze vrijheid en toenemend gevaar op het einde van de wereld en aanslagen. De film wordt gebruikt om nieuwe en oude dingen te laten zien. Zo sluiten in dit tijdperk situaties niet zomaar op elkaar aan. Parikka bespreekt dit kenmerk van media ook door het te beschrijven als het samenvouwen van ruimte en tijd. Media zorgen ervoor dat alle gebeurtenissen over de hele wereld bij iedereen terechtkomt. Alles gebeurd tegelijk en non-lineair. Door de mediasfeer kennen we alle gebeurtenissen in de wereld die niet samenhangen maar wel een…

Carolijn van Breevoort » Week 3 » Gregory Bateson

To produce news of difference, i.e., information, there must be two entities (real or imagined) such that the difference between them can be immanent in their mutual relationship; and the whole affair must be such that news of their difference can be represented as a difference inside some information-processing entity, such as a brain or, perhaps, a computer.

Dit citaat is terug te vinden in het hoofdstuk: ‘Multiple Versions of the World’ uit het boek ‘Mind and Nature’ geschreven door Gregory Bateson. Met dit citaat bedoelt hij dat een concept moet worden beschreven vanuit twee entiteiten. Dan kan het pas informatie worden genoemd. Wanneer er twee entiteiten worden beschreven wordt iets van verschillende kanten belicht. Hierdoor ontstaan verschillende opvattingen die uiteindelijk voor informatie kunnen zorgen. Bateson noemt dit ook wel ‘double discription’. Wanneer er een verschil kan worden aangegeven tussen de twee entiteiten, heb je twee beschrijvingen en dan komt er pas informatie tot stand. Bateson noemt in zijn hoofdstuk enkele voorbeelden om ‘double descripton’, te omschrijven. In zijn eerste voorbeeld noemt hij dat het linkeroog andere dingen observeert dan dat het rechteroog doet. Deze twee entiteiten komen samen en worden uiteindelijk door de kijker als informatie beschouwd. De twee visies van de ogen geven het verschil aan in entiteiten maar laten uiteindelijk één beeld zien. Gregory Bateson zegt in zijn laatste paragraaf van het hoofdstuk dat informatie niet bestaat uit het klakkeloos samenvoegen van entiteiten. Het is niet de bedoeling dat er een reeks entiteiten wordt opgeteld en dat dan als informatie wordt beschouwd. De entiteiten kunnen worden bepaald door de natuur, door fascinatie of door logische redenen. Zo is er niet één persoon met één visie. Iedereen heeft een uniek beeld van concepten omdat diegene entiteiten heeft gecombineerd waar een uiteindelijk beeld uitkwam. Maar om informatie te krijgen moet er niet alleen gekeken worden naar mentale processen van individuelen zoals het vergelijken van het linkeroog met het rechteroog. Wanneer we naar de wereld kijken moeten er ook entiteiten worden gecombineerd. Zo kunnen we een beeld krijgen van de wereld en er informatie over krijgen.

Carolijn van Breevoort » Week 4 » Félix Guattari

There is no language in itself.

Dit citaat komt uit ‘escaping from language’ geschreven door Félix Guattari. Wat hij met dit citaat probeert te zeggen is dat taal zelf geen betekenis heeft. Met alleen taal alleen kan de boodschap niet achterhaald worden. Taal is zelfs volgens Guattari redundant. Het is overbodig. Taal wordt volgens Guattari slechts gezien als een hulpmiddel om een boodschap te maken. Er moet juist naar de context van de taal worden gekeken om de boodschap te kunnen begrijpen. Achterliggende gedachtes zijn hierbij belangrijk. Mensen die een taal gebruiken om iets te zeggen bepalen de betekenis van de woorden zelf, dat doet niet de taal. Volgens Guattari moet er niet alleen naar contexten worden gekeken als men taal wil begrijpen. Ook de manier van spreken is belangrijk. Als bijvoorbeeld iemand in een vreemde taal iets zegt wat luid en hard is, kan iemand die een andere taal spreekt daaruit opmaken dat de spreker boos is. Guattari zegt ook dat taal niet universeel is. Er moet juist specifiek naar taal worden gekeken in bepaalde situaties. En dus niet taal zien als iets universeels of generaliseerbaars. In ieder gesprek is taal anders omdat er verschillende contexten bij komen kijken en iedere spreker heeft een eigen boodschap om door te geven. Er is niet één bepaalde taal. Het gaat om de manier waarop taal wordt gebruikt en hoe men met taal omgaat. Daarom zijn er binnen een taal andere talen te vinden. En daarom kunnen mensen toch weten wat ze bedoelen ondanks dat er een conversatie is tussen sprekers met andere talen. Taal verschuift continu en moet gerelateerd worden aan contexten, maar ook aan technieken die sprekers kunnen gebruiken zoals intonaties.

Carolijn van Breevoort » Week 5 » Rodowick, deel 2

The question is not whether cinema will die, but rather just how long ago it ceased to be.

Dit citaat is te vinden op pagina 26 uit The Vitrual Life of Film. Hiermee geeft D.N. Rodowick de hoofdvraag weer van het hoofdstuk What Was Cinema? Rodowick begint met de vraag hoe lang geleden cinema is opgehouden met bestaan. Hij begon hiermee rond 1989. Rond die tijd werd film namelijk video. Alles wat chemisch en fotografisch was werd veranderd in elektronisch en digitaal. Maar voordat we kunnen kijken naar het verschil tussen film en video moeten we kijken naar het verschil tussen cinema en film.Cinema wordt door Rodowick omgeschreven als een reeks filmstrippen die achter elkaar zijn geplakt. Hierdoor krijg je een lopend beeld. Cinema was te zien in theaters, men moest erop uit om een reeks filmstrippen te kunnen bewonderen. Cinema veranderde daarna in film. Film werd vertoond door digitale beelden. Zo zijn er animatie films, maar ook films met onmogelijke gebeurtenissen. Zo kun je bijvoorbeeld denken aan de film King Kong, waarbij een enorme gorilla de stad bang maakt. Nieuwe technieken zorgen voor nieuwe belevingen. Film zorgde voor twee belangrijke veranderingen. Ten eerste verandert de theatrale beleving van de film. We kunnen met computers situaties creëren die niet altijd realiteit hoeven te zijn. Ten tweede wordt het medium verplaats waarin elke fase van het filmproces wordt vervangen door digitale technologieën. Maar film is veranderd in video. Films werden namelijk gezien in een bioscoop. Tegenwoordig hoeft men niet meer naar de bioscoop te gaan. Televisie vervangt namelijk de black box van het movie theater. De DVD vervangt de film print. Video’s kunnen zelfs gedownload worden zodat de beelden in welke huiskamer dan ook binnen kunnen worden gehaald. 

Carolijn van Breevoort » Week 6 » Rodowick, deel 3

There are no 'new media': there are only simulation and information processing used in reformatting old media as digital information.

Dit citaat komt uit het derde deel van The Virtual Life of Film. Rodowick stelt in dit deel, A New Landscape, dat media niet nieuw zijn maar dat wij denken dat ze nieuw zijn. We worden voor de gek gehouden door onszelf. Een verklaring hiervoor is de term 'digital mimicry'. Hiermee bedoelt Rodowick dat media situaties kunnen simuleren die wij graag willen zien. Iets dat voor ons herkenbaar is. Wanneer wij dat beeld krijgen wat we willen noemen we dat 'nieuwe' media. Een voorbeeld hiervan is de iPad. Met de iPad kunnen boeken of kranten worden nagemaakt op het beeld. Wij zien het beeld als een boek of als een krant omdat die door de iPad wordt gesimuleerd. Wij zeggen dan vervolgens dat hier sprake is van nieuwe media. We kunnen makkelijk stellen dat oude media veranderen in nieuwe media. Maar wat nu precies nieuwe media zijn, is volgens Rodowick een struikelpunt. We kunnen niet klakkeloos zeggen dat media nieuw zijn. Maar omdat media en zijn ontwikkelingen zo breed zijn is dat een hele studie. Media blijven zich ontwikkelen en herhalen. Volgens Rodowick is dat belangrijk als we willen kijken naar media. We moeten ons niet focussen op remediatie maar juist op de herhaling van media. De film kan dan gezien worden als een herhaling van cinema. Maar omdat media zich herhalen en blijven ontwikkelen kunnen we niet vaststellen of een medium dan wel of niet nieuw is. Nieuwe media zijn niet nieuw maar is een opeenhoping van histori waarbij oude media nieuwe technieken gingen gebruiken waardoor er andere beelden ontstonden dan men gewend was.

Carolijn van Breevoort » Week 7 » Brian Massumi

The alerts presented no form, ideological or ideational and, remaining vague as to the source, nature, and location of the threat, bore precious little content.

Dit citaat komt uit het artikel Fear (The Spectrum Said) van Brian Massumi op pagina 32. In dit artikel bespreekt Massumi het kleurenspectrum van angst. Dit spectrum geeft de grootte aan van een dreiging. De kleur rood geeft de grootste dreiging aan, vervolgens komen de kleuren oranje, geel, blauw en als laatste de kleur groen die de kleinste dreiging aangeeft. Iedere kleur geeft aan dat er een dreiging is van bijvoorbeeld terroristen. Het spectrum geeft niet aan dat er geen dreiging is. Er is altijd een kans op een dreiging door terroristen. De ‘laagste’ code groen geeft namelijk aan dat er een kleine kans op dreiging bestaat. Echter geeft het spectrum niet de inhoud van de dreiging aan. De bron wordt niet genoemd en er wordt nergens naar verwezen. De vorm of de locatie bijvoorbeeld worden niet genoemd. Het is hierdoor ook niet duidelijk wat voor verschil er zit tussen bijvoorbeeld de code oranje en rood. Rood geeft wel een ergere dreiging aan dan oranje maar wat is precies het verschil in dreiging? Wat was het beginpunt van de dreiging en in welke mate is een dreiging erg? Toch kennen mensen het spectrum. Wanneer er op televisie wordt gezegd dat er code oranje heerst (een grote dreiging) worden mensen bang. Media zorgen ervoor om mensen bang te maken en om die angst te verspreiden. Televisie is volgens Massumi een ‘event medium’. Televisie zorgt er namelijk voor dat men zich verbonden voelt en de codes makkelijk kan verspreiden. Als er een code wordt afgegeven is iedereen daarvan op de hoogte en deelt men dezelfde angst. De kleuren geven echter alleen aan hoe bang iemand moet zijn. Wanneer er code oranje wordt aangegeven moet men blijkbaar banger zijn dan wanneer er code groen wordt afgegeven.

Carolijn van Breevoort » Week 8 » Gilles Deleuze

These are the societies of control, which are in the process replacing disciplinary societies.

Dit citaat is afkomstig uit het artikel ‘Society of Control’ van Gilles Deleuze. In dit artikel bespreekt hij de verandering van de maatschappijen naar één maatschappij. Hij heeft het hier over de verschuiving van een disciplinary society naar een control society. Bij de disciplinary society (18e en 19e eeuw) ging het om bepaalde ruimtes waar men een rol op zich kon nemen. Deze ruimtes zijn bijvoorbeeld families, fabrieken, scholen, gevangenissen en ziekenhuizen. Wanneer men binnen deze ruimte zat moest men zich aan bepaalde regels en wetten houden. Een individu kon zich naar een gesloten ruimte begeven als hij uit de andere gesloten ruimte ging. Binnen deze disciplinary society bestonden er twee polen. Namelijk het individu zelf en welke plek het individu inneemt in de massa. Echter is deze disciplinary society in crisis. Hierdoor zijn de afgesloten ruimtes volgens Deleuze verdwenen. De disciplinary control is verschoven naar een control society. Ruimtes gaan langzamerhand steeds meer open en er ontstaat één groot geheel. We leven niet meer als individuen binnen een massa in een gesloten ruimte maar horen bij een geheel. De twee polen van de disciplinary society hebben plaats gemaakt voor codes waarmee we toegang kunnen krijgen tot informatie. De control society wordt gezien als een systeem van media die maar blijven veranderen waardoor er nooit meer iets afgesloten is. Media nemen een grote rol op zich binnen de control society omdat zij alles en iedereen met elkaar in verbinding brengen. Deze hele control society draait om geld. Bedrijven hebben de macht gekregen binnen de maatschappij. Het gevolg hiervan is concurrentie tussen mensen. Zij worden tegen elkaar wordt opgezet om met het beste idee te komen en het meest geld te verdienen. Men blijft nieuwe dingen ontwikkelen waardoor de control society altijd maar zal blijven ontwikkelen.

Thiemo Montezinos » Week 1 » Matthew Fuller

Media are contractions of forces and through forces bodies are born. Rather than just being solilds, such bodies are processes and defined by their internal and external milieus in which they resonate.

Parikka gebruikt deze quote van Fuller in zijn artikel: 'Media Ecologies and Imaginary Media- Transversal Expansion, Contractions, and Foldings' om aan te duiden wat een media ecologie nu precies inhoudt. Parikka legt uit dat media functioneren als een ecologie, in die zin, dat media worden gevormd door verschillende aspecten, zoals energie, technologie, maar ook door de economie en chemie.                 Parikka gebruikt deze uitleg van Fuller om zijn visie op een ecologie te verduidelijken. Hij vertelt namelijk dat media remediëren en constant aan verandering zijn onderworpen. Hierbij zijn niet de media de substantie, maar de omgeving en de relaties daarin. Door de omgeving en je relaties binnen die omgeving ‘vouwt’ dit de ruimte, tijd en agency om het medium heen. Een media ecologie is immers de studie van media omgevingen en het idee dat technologie, manieren van informatie en communicatie een leidende rol spelen in ons dagelijks leven: in onze samenleving.                 Dit komt ook overeen met de visie van McLuhan, waarin hij stelt ‘the medium is the message’. Het medium zelf laat ons zien hoe het medium daadwerkelijk werkt. Niet de inhoud, maar de vorm van een boodschap geeft vorm aan de ervaring, met name ook door het grote effect op de omgeving volgens welke deze ervaring plaatsvindt. Door middel van veranderingen in de omgeving en veranderingen in je relaties binnen die omgeving, verandert je manier van leven. Het medium gaat hier in mee. Ook McLuhan zijn visie ‘the medium is the massage’ is hier uit te begrijpen. Wij leven volgens de wetten van het medium. Doordat media zo aanwezig zijn in ons dagelijks leven en in onze omgeving, én omdat het remedieert wanneer nodig is, past het zich ook aan aan de omgeving en gaat het mee met de veranderingen en ‘vouwt’ het onze ruimte en tijd in ons…

Thiemo Montezinos » Week 2 » Shaviro

In its demented fabulation, it reflects upon our actual situation, while at the same time inserting itself within that situation, rather than taking a pretended distance from it.

Dit citaat omvat naar mijn mening de essentie van het hoofdstuk in het boek van Shaviro. Hij heeft het over de film ‘Southland Tales’ en vertelt hoe deze film zich onderscheidt van andere films. Daarnaast heeft hij het ook over de invloeden van het post-cinematic regime.                 Het citaat stelt dat men moet reflecteren op onze eigen situatie. Er wordt gekeken naar een verbogen tijdlijn. Hiermee bekijken we dus de werkelijkheid vanuit een andere optie: “wat als”. We staan dichtbij, in plaats van op een afstand. Het gaat hier om een sciencefiction film die dichtbij onze werkelijkheid staat. Het is geen StarWars of Avatar, maar onze hedendaagse tijd in een ander jasje, in een andere tijdlijn.                 In de film geeft Kelly eigenlijk commentaar op onze kapitalistische wereld. Door middel van de alternatieve tijdlijn kan hij dit doen, wat natuurlijk wel een risico blijft. In de film Southland Tales durft hij ook andere risico’s te nemen door totaal andere wegen in te slaan dan waarschijnlijk in onze werkelijkheid zou gebeuren. Neem de uitbreiding van de oorlog in het Midden Oosten. Dit staat weer in verband met de post-cinematic affect. Door middel van nieuwe technologieën kan dit zichtbaar gemaakt worden.                 Kelly denkt dus beduidend anders over bepaalde politieke kwesties en laat zijn ideeën doorschemeren via de film Southland Tales. Het citaat zegt dus dat je kijkt naar je eigen situatie, hoe we nu leven, terwijl je tegelijkertijd je inleeft in de situatie, in plaats van dat je een meta-perspectief inneemt. Kelly doet dit dan ook. Hij laat het meta-perspectief voor wat het is en creëert een eigen invulling van de wereld: de verbogen tijdlijn.                 Dit citaat laat dus goed zien wat de essentie van post-cinematic affects zijn en het legt tegelijkertijd goed uit welke visie Kelly heeft gehad toen hij…

Thiemo Montezinos » Week 3 » Gregory Bateson

To produce news of difference, i.e., information, there must be two entities (real or imagined) such that the difference between them can be immanent in their mutual relationship; and the whole affair must be such that news of their difference can be represented as a difference inside some information-processing entity, such as a brain or, perhaps, a computer.

Het bovenstaande citaat komt uit de tekst van Gregory Bateson: Multiple versions of the world. Het gaat deze week bij mediavergelijking om: Informatie. Nu weet ik uit eerdere cursus(sen) dat informatie bestaat uit ‘any difference that makes a difference’. Er moet een verschil zijn in de textuur/context, waardoor informatie zichtbaar wordt. Destijds werd er gesteld dat wanneer een zaal vol stond met blauwe stoelen, waarvan er één rood was, dit het verschil was dat ons informatie bezorgde.                 Bateson stelt in zijn citaat hetzelfde. Hij zegt dat wanneer er een verschil aangeduid wordt, er altijd twee elementen/zaken met elkaar moeten worden vergeleken. Dit verschil zorgt voor nieuwe informatie. Het verschil kan dan worden gepresenteerd als ‘nieuw’. Bateson gebruikt in zijn hoofdstuk het voorbeeld van binocular vision. Dit houdt in dat de waarnemingen van ons zicht binnen komen via onze ogen naar de hersenen. Alleen worden de elementen die we in ons linkerhersenhelft verwerken waargenomen via het buitendeel van het linkeroog en het binnendeel van het rechteroog. De rechterhersenhelft doet dit precies andersom. De waarnemingen komen binnen via het buitendeel van het rechteroog en het binnendeel van het linkeroog. Pas wanneer we de waarnemingen samenvoegen ontstaat er uit twee delen, die deels overeenkomen, een geheel beeld. Hier zien we dus dat twee ogen verschillende elementen waarnemen en samengevoegd zorgen voor nieuwe informatie door middel van verschillen. Dit was niet waar te nemen met slechts één oog.                     Bateson is van oorsprong een wiskundige, dus vanzelfsprekend gebruikt hij ook een voorbeeld uit de wiskunde. Hij stelt dat bij de uitkomst van een som, twee ‘entiteiten’ nodig zijn voor deze uitkomst. 1+3=4. De 1 en de 3 maken de 4 mogelijk.                 Nieuwe informatie is dus pas zichtbaar wanneer je een vergelijking maakt. Eén enkele waarneming of entiteit op zichzelf kan niet voor…

Thiemo Montezinos » Week 4 » Bernard Cache

Beyond the built frame, there is the site, but beyond that still, there is the outside.

Dit citaat afkomstig uit de tekst van Bernard Cache, Dehors (earth moves), geeft wat mij betreft de essentie van zijn tekst weer. Cache geeft in zijn tekst namelijk aan voorbij de oppositie binnen en buiten te refereren naar geografie, die in zijn ogen een belangrijke rol speelt in architectuur. Hij stelt namelijk drie begrippen centraal, namelijk site, inside en outside. De laatste twee genoemde zijn twee onafhankelijke begrippen die desondanks toch met elkaar in relatie staan: waar een binnen is, is een buiten en waar een buiten is, is ook een binnen. Binnen is dus buiten, want het buiten geeft aan dat er een binnen bestaat alleen als het in relatie staat met buiten. Er is hier dus sprake van een tegenstelling.             Geografie, waar ook Spuybroek Cache in steunt, gaat niet om de omgeving van een gebouw of ander kunstwerk, maar om de (on)mogelijkheid van een afsluiting. Er wordt voorbij de essentie van het gebouw gedacht: het maakt geen onderscheid tussen binnen en buiten. Zoals ik al zei steunt Spuybroek deze gedachte van Cache. Hij stelt dat er niet gedacht moet worden vanuit de functie van een gebouw, maar hij ziet een gebouw als een witte kubus als de meest functionele versie. Op deze manier bestaat er weinig verschil tussen binnen en buiten. Deze vorm wordt dan weer aan haar omgeving aangepast en zo zal het gebouw een toegankelijke omgang mogelijk maken, waar het Spuybroek al dan niet om gaat.             Een stijl die het zicht van Spuybroek ondersteunt is de gotische stijl. Deze stijl verandert namelijk constant en past zich aan aan de omgeving. Doordat het altijd aan verandering is onderheven maakt hij een vergelijking met het digitale: De verandering komt tot stand door zich te realiseren in het verschil. De variatie binnen één element leidt tot variatie tussen…

Thiemo Montezinos » Week 5 » D.N. Rodowick

The question is not whether cinema will die, but rather just how long ago it ceased to be.

Dit citaat is afkomstig uit het tweede deel van het boek van Rodowick, The Virtual life of Film. In dit tweede deel staat de ondergang van de cinema centraal en focust hij zich op hoe de komst van nieuwe mediavormen zoals de televisie en video hier invloed op hebben gehad. Met het citaat stelt Rodowick dat wij ons niet moeten afvragen wanneer cinema zal sterven, maar we moeten ons focussen op het precieze moment dat het stopte met bestaan. Wat is cinema nu precies? Rodowick geeft een volgende omschrijving van deze term: cinema weergeeft fotografische filmstrips in een theatrale setting. Hiermee kunnen we stellen dat het belangrijk was dat cinema bekeken werd in theaters, dit was ook de enige mogelijkheid. Tegenwoordig, door de komst van digitale activiteiten binnen dit circuit, kunnen we niet langer spreken van cinema.             Rodowick stelt dat we zijn overgestapt van een elektronisch naar een digitaal tijdperk. Door de komst van video verloor cinema zijn primaire economische status. Het was niet langer nodig om naar een theater te gaan om een film te zien. Mensen konden thuis hetzelfde beleven als in de theaters. Daarnaast zorgden video en later DVD’s ervoor dat een bepaalde film meerdere keren kon worden bekeken.             Als laatste is ook onze hele kijk naar het kijken van films veranderd. De film entertainment branche richt zich steeds meer uitgebreid naar ook andere mediavormen. Onze culturele ervaring van het kijken naar film is ook veranderd, door onder andere de komst van televisie, computers, etc. We kijken steeds meer op een analytische manier naar films. Het medium en de inhoud van het medium staan met elkaar in contact en kunnen niet los van elkaar worden gezien. Het gaat dus het niet langer om het film kijken, maar om de relatie en  distributie van film tussen verschillende…

Thiemo Montezinos » Week 6 » D.N. Rodowick

Film is no longer a modern medium; it is completely historical.

Dit citaat is afkomstig uit het derde deel van het boek van Rodowick, The Virtual life of film. In dit derde deel staat centraal hoe film in onze tijd wordt overgenomen door nieuwe, hedendaagse, moderne media. Rodowick spreekt over de film 'Eloge de l’Amour’ en gebruikt deze als voorbeeld om zijn theorieën te beargumenteren en te onderbouwen. Hij gaat in op een scène uit de film waarin we een landschap zien. Wij gaan ervan uit dat het een nieuw landschap is, dit omdat we een vergelijking maken met een landschap dat we eerder hebben gezien. Met deze scène verklaar hij de term fotorealisme.             Godard schrijft over deze scène dat wanneer hij over iets denkt, hij eigenlijk aan iets anders denkt. Hij stelt hiermee dat je enkel en alleen aan iets kunt denken als je aan iets anders denkt. Bijvoorbeeld als je een nieuw landschap ziet, dat nieuw voor jouw beeld is, stelt Godard dat dit nieuw voor jou is, omdat je het vergelijkt met een mentaal beeld van een ander bekend landschap.              In het citaat stelt Rodowick dat film niet langer een modern medium is, maar volledig historisch. Rodowick stelt dat het oude beeld weg is, maar ook dat het nieuwe beeld er nog niet is. De oorzaak volgend hem ligt bij de digitalisering. Hij spreekt daarom ook over een digital image. Het digitale beeld bestaat enkel en alleen uit nullen en enen, het verbeeldt niets.                Rodowick noemt nieuwe media diffuus. Hierbij geeft hij een voorbeeld, namelijk de verandering van analoge foto’s naar digitale foto’s. Vroeger toonden foto’s hoe de werkelijkheid, de wereld was. Tegenwoordig met alle foto bewerk programma’s hebben ze niets meer met de werkelijkheid te maken. Er wordt een nieuwe wereld getoond, waardoor tijd,…

Thiemo Montezinos » Week 7 » van den Boomen

There is another problem with Bolter and Grusin's conception of remediation. This is not a matter of grammar, but of definition.

Dit citaat is afkomstig uit de tekst ‘The mirror Hall of Remediation’ geschreven door Van den Boomen. Hij geeft hier kritiek op het concept remediation zoals dat geïntroduceerd en gebruikt wordt door Bolter en Grusin. In haar tekst stelt zij dat de begrippen immidiacy en hypermediacy grammaticaal gezien een probleem vormen. De begrippen veronderstellen namelijk dat wanneer je een medium gebruikt, het een bepaalde status krijgt, van of immidiacy of hypermediacy. Bij hypermediacy zou je dus volledig opgaan in het medium, maar van den Boomen stelt dat wanneer dit gebeurt, wanneer je je totaal niet meer bewust bent van het gebruik van het medium, je niet tot het hoogste niveau van inleving komt. Het gaat bij deze begrippen namelijk om het proces en bij hypermediacy dan wel om het proces die de inleving in een medium mogelijk maakt.                 Daarnaast heeft ze ook kritiek op de definitie van Bolter en Grusin van remediation. Volgens van den Boomen zien zij door hun strikte definitie van dit begrip belangrijke elementen over het hoofd. Ze haalt McLuhan aan die zegt 'The content of any medium is always another medium’. Ze vraagt zich daarom af waarom Bolter en Grusin niet van remediatie spreken bij een boekverfilming. Het medium verandert, maar de inhoud, boodschap blijft hetzelfde.                 We zien dus dat van den Boomen hier indirect kritiek geeft op het formalisme, net als Rodowick eigenlijk doet in zijn boek. Doordat er vaak een hele strikte definitie over een begrip wordt gegeven, worden er verschillende elementen over het hoofd gezien, zoals ik dus al eerder zei. Hierdoor wordt er te veel teleologisch gekeken naar de ontwikkeling van media. Het is juist belangrijk om te kijken naar de materialiteit van een medium, en als een open in plaats van vaststaand, gesloten systeem. Hoe media werken, dat is van…

Thiemo Montezinos » Week 8 » Greg McInerny

The simple conclusion was that more processes are important to describing climate change responses than we actually study now. And, importantly, that the novel interaction between these processes can lead us to new understanding.

Dit citaat is afkomstig uit een interview met Stephen Emmot, Greg McInerny, Drew Purves en Rich Williams in het tijdschrift Collapse VI, dit tijdschrift brengt verschillende filosofen en hun werk samen                 De vier wetenschappers zijn onderzoekwetenschappers en werken aan computermodellen van klimaatveranderingen. In het interview bespreken zij hun visie en reflecteren ze op de problemen van het denken over een ecologie. Wat centraal staat in het interview is af te leiden uit mijn gekozen citaat, dat eigenlijk een korte conclusie is, namelijk: de interactiviteit, complexiteit en interconnectiviteit van de biosfeer waarin we leven en het belang van het combineren van onderzoekvisies, interdisciplinariteit, van wetenschap. Door de verschillende visies van de wetenschappers, kunnen verschillende processen leiden tot meer kennis en inzicht over het klimaat.                 Dit interview staat verbonden met waar wij het over hebben in de cursus mediavergelijking. Wij stellen ons namelijk ook de vraag hoe media onderdeel uitmaken van onze wereld. Media worden namelijk niet langer gezien als stabiele losstaande, gesloten apparaten, zoals genoemd in mijn citaat van week zeven. Het is belangrijk om te kijken naar de manier waarop media functioneren binnen systemen. Daarbij moeten we de interactie tussen media en hun natuurlijke menselijke omgeving niet buiten beschouwing laten, wat vaak wel gebeurt. Verschillende visies moeten geïntegreerd worden, om een objectief beeld te krijgen.                 Een ander artikel waaraan dit gerelateerd kan worden is  ‘Society of Control’ van Gilles Deleuze. Deleuze stelt dat onze omgeving van een disciplinairy society naar een society of control is veranderd. Dit baseert Deleuze op Foucault’s ‘Discipline and Punish’. Deleuze stelt dat we niet langer individuen zijn, maar dat wij door alles om ons heen gevormd worden tot data dividuals. Hij verbindt politiek en economie aan ecologische veranderingen en stelt dat individuen niet los van hun omgeving staan en worden gecontroleerd door systemen…