You are here: Home » Zones »

Selected citaten

Emily Dijkgraaf » Week 1 » Jussi Parikka

Media zijn niet alleen technologische constructen, maar worden meer gezien als informatiedrager. Zo valt de beperking tot technologie weg, want natuurlijke dingen kunnen ook informatie overdragen. Zo komen we bij het ecologische aspect van media.

Dit citaat komt uit de tekst van Parikka. Hij omschrijft dat met het gebruik van media tijd, ruimte en agency’s worden samengetrokken en samengevouwen. De nadruk ligt op de omgeving waar de relaties tussen tijd, ruimte en agency naar voren komt. McLuhan zijn opvatting ‘’The medium is the message’’ sluit aan op de manier waarop Parikka het gebruik van media beschrijft. McLuhan maakt met zijn opvatting duidelijk dat de vorm van een boodschap de ervaring creëert en niet de inhoud van een boodschap. Parikka stelt dat massamedia altijd aanwezig is. Het is niet zomaar ineens ontstaan, maar gaat al heel lang mee. Een voorbeeld zijn de aanslagen op het WTC. Deze gebeurtenis vond plaats in New York maar doordat deze op de televisie werd uitgezonden bereikte deze veel mensen. Het medium zorgde er dus voor dat mensen de aanslagen live konden volgen. Hierdoor werd als het waren tijd, ruimte en agency´s samen gevouwen door het gebruik van de televisie. Parikka vind daarnaast dat media niet beperkt mag worden door het handelingsvermogen van de mens. Media ontwikkelingen komen voort uit de wijze waarop de natuur werkt en ontwikkelt. Zo moet je media niet alleen met elkaar vergelijken, maar ook met zijn omgeving. Media ecology is een methode waarmee technologie gekeken wordt naar zijn omgeving, hoe de technologie werkt en de manier waarop het verweven is met zijn omgeving. Media is een onderdeel geworden van onze natuur en wij kunnen ons geen leven meer voorstellen zonder media. Media zijn niet alleen technologische constructen, maar worden meer gezien als informatiedrager. Zo valt de beperking tot technologie weg, want natuurlijke dingen kunnen ook informatie overdragen. Zo komen we bij het ecologische aspect van media.

Emily Dijkgraaf » Week 2 » Shaviro

Southland Tales is an ironically cinematic remediation of the post-cinematic mediasphere that we actually live in.

Dit citaat is afkomstig uit het artikel van Shaviro. Hij bespreekt in zijn artikel de film ‘Southland Tales’. Het genre van deze film is science fiction. Shaviro stelt dat remediatie een grote rol speelt in onze post-cinematische samenleving. Dit houdt in dat gebruikers van media niet passief zijn, maar de mogelijkheid hebben om te participeren. Wanneer men bijvoorbeeld naar de televisie kijkt hoeft men niet meer passief alleen te kijken. Neem bijvoorbeeld ‘The Voice of Holland’. Tijdens dit programma kunnen kijker thuis door middel van een app op internet meespelen als jurylid van het programma. De kijkers kunnen dus participeren met het programma wat ze aan het kijken zijn. ‘Southland Tales’ is een onsamenhangende film. Dit komt echter ook doordat de regisseur van de film, Kelly, zich niet aan de normale conventies houdt. De montage van de film is onsamenhangend, los en verloopt via een alternatieve tijdlijn. Het woord ironisch in het citaat verwijst naar deze manier van montage door Kelly. Doordat ‘Southland Tales’ onze post-cinematische samenleving remedieert wordt de realiteit op ironische wijze verbeeld. In onze samenleving verlopen veel gebeurtenissen niet zoals in de tijdlijn van typische Hollywood films. Je maakt bijvoorbeeld een afspraak om met vrienden af te spreken. Je smst een vriendin om af te spreken om samen te fietsen. Tijdens deze afspraak met je vrienden praat je bijvoorbeeld over een programma wat van het weekend op tv was. Zo ben je in je hoofd met drie verschillende gebeurtenissen bezig zonder dat deze in verband staan met elkaar. Door middel van remediatie probeert Kelly de tijdlijn in onze samenleving zo realistisch mogelijk weer te geven.

Emily Dijkgraaf » Week 3 » Bateson

To produce news of difference, i.e., information, there must be two entities (real or imagined) such that the difference between them can be immanent in their mutual relationship; and the whole affair must be such that news of their difference can be represented as a difference inside some information-processing entity, such as a brain or, perhaps, a computer.

Dit citaat is afkomstig uit het hoofdstuk ‘Multiple Versions of the World’ van Bateson. Het is een belangrijk citaat omdat het de hoofdgedachte van het hoofdstuk weergeeft. Bateson probeert in dit hoofdstuk het principe van informatie te beschrijven. Hij stelt dat er tenminste twee entiteiten nodig zijn om informatie te creëren. De verschillen tussen deze entiteiten kunnen volgens Bateson waargenomen worden als informatie. Hij zegt dus dat informatie zich realiseert in het verschil. Zo zegt McLuhan ‘medium is the message’, uit het medium ontwerpt een nieuwe werkelijkheid omdat het medium ons toegang geeft tot deze nieuwe werkelijkheid. Betekenis kan alleen aan informatie worden toegekend als er sprake is van samenhang tussen verschillende informatiebronnen. Bateson stelt dat wij mensen het moeilijk vinden om te zien dat we altijd gebruik maken van media. De informatie die wij gebruiken heeft iets geconstrueerd dat geen vaste logica is, maar het gevolg is van verschil. Doordat wij dit verschil ervaren kunnen we de informatie uit met medium halen. De wijze waarop wij mensen waarheid kennen is altijd persoonlijk. Het is niet zo dat iedereen een andere werkelijkheid heeft, maar Bateson bedoelt dat waarneming de werkelijkheid maakt. Het ligt er dus aan hoe wij iets waarnemen om te bepalen hoe onze werkelijkheid eruit ziet. Het verschijnsel waarin informatie van twee of meer entiteiten wordt gecombineerd om informatie te creëren heet double discription. Bateson geeft in zijn hoofdstuk een aantal voorbeelden van double discription. Als eerste behandeld hij double discription aan de hand van binocular view. Dit houdt in dat we de wereld anders ervaren met twee ogen dan wanneer we maar een oog zouden hebben. Hij stelt dat met het linkeroog andere waarnemingen worden gedaan dan met het linkeroog. De hersenen maken van deze verschillende waarnemingen een beeld waar informatie uitgehaald wordt. Zo kunnen we bijvoorbeeld diepte…

Emily Dijkgraaf » Week 4 » Guattari

There is no language in itself.

Ik heb voor dit citaat gekozen omdat het kort maar krachtig het onderwerp van de tekst van Guattari is. Hij stelt dat taal altijd verwijst niet iets buiten taal en nooit naar zichzelf verwijst. De manier waarop Guattari met taal bezig is is vooruitstrevend. Hij zegt dat taal niet essentialistisch is. Dit houdt in dat woorden niet betekenen, maar dat er alleen betekenis uit de woorden gehaald kan worden vanuit de relaties. Taal kan dus alleen vanuit de intra-actie bekeken worden. Intra-actie houdt in dat er iets tussen twee dingen, die nog bepaald moet worden, gebeurd. Guattari vind taal volledig redundant. Guattari spreekt over de pragmatics of enunciation. Dit betekend dat er geen verschil is tussen taal en spreken. Er is geen taal die los te koppelen is van de werkelijkheid. De enige manier waarop dit getracht wordt is wanneer de politiek er zich mee gaat bemoeien. Bijvoorbeeld wanneer de staat regels gaat opstellen voor de taal. In de praktijk beweeg je van de ene taal naar de andere. Taal is noodzakelijk verwikkeld met alles wat zich buiten de taal bevind. Wanneer men taal gaat analyseren zien we dat taal altijd noodzakelijk verweven is met alle systemen mogelijk. Een woord op zichzelf heeft dus geen betekenis, een woord heeft slechts een doel. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld wanneer iemand vuur zegt en er is geen vuur dat mensen niks zullen doen. Wanneer mensen rook zien en vuur ruiken en iemand schreeuwt in paniek vuur dan zullen mensen wel weggaan. Het woord vuur krijgt dus pas betekenis als het in relatie is met het ruiken en het zien van de rook. Taal is volgens Guattari iets wat alleen werkt in een situatie op het moment dat het goed vertakt is met andere gebeurtenissen die tegelijkertijd plaatsvinden.

Emily Dijkgraaf » Week 5 » Rodowick

The question is not whether cinema will die, but rather just how long ago it ceased to be.

In zijn boek ‘The virtual life of film’ analyseert Rodowick film om te laten zien hoe cinema is veranderd. Rodowick definieert film als een opeenvolging van beelden. Hij stelt dat film draait om successie en dat in de herhaling dingen worden overgenomen. Hij merkt op dat er in 1989 twee belangrijke veranderingen hebben plaatsgevonden. Als eerste zegt hij dat digitale technologieën een hele andere logica met zich meebrengen. Als tweede de decentralisatie van de theaterale film ervaring. Mensen gingen thuis films kijken dus daar moesten filmmakers rekening mee houden. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de begrippen film en cinema. Rodowick stelt namelijk dat cinema de projectie van een film in een theaterale omgeving is. De nieuwe setting zorgde voor een andere ervaring die film op zijn kijkers had. Men kon genieten van de film thuis op hun eigen bank en ze kunnen ervoor kiezen om de film terug te spoelen, op pauze te zetten of door te spoelen. De film hoeft dus niet meer chronologisch bekeken te worden, maar de kijker kan zelf beslissen hoe hij of zij de film afspeelt. In zijn boek laat Rodowick zien welke ontwikkelingen ervoor hebben gezorgd dat cinema is veranderd. Rodowick stelt dat in 1989 door de komst van video een tijdperk afloopt. Hij noemt dit de death of cinema. Hij stelt namelijk dat door de komst van video mensen thuis films gingen kijken en de theaterale ervaring geen onderdeel er meer van was. Daarom is dit citaat zo interessant. Er wordt namelijk gespeculeerd dat cinema zal ‘overlijden’. Rodowick stelt echter dat cinema al is overleden. Daarom zegt hij dus dat het niet de vraag is wanneer cinema zal overlijden, maar dat het juist de vraag is hoe lang geleden dit gebeurd is.

Emily Dijkgraaf » Week 6 » Rodowick

From this perspective, there are no "new media"; there are only simulation and information processing used in reformatting old media as digital information.

Dit citaat komt uit het boek ‘The virtual life of film’ van Rodowick. Dit citaat beschrijft Rodowick zijn idee over nieuwe media en remediatie. Rodowick stelt dat nieuwe media niet echt nieuwe media genoemd kunnen worden. Ze komen voort uit oude media en bevatten kenmerken van deze oude media. Een oud medium wordt gevolgd en voor een deel overgenomen door een ander medium. Je kunt echter niet stellen dat dit medium dan ‘nieuw’ is. Hij vind remediatie een te groot begrip. Remediatie verondersteld het bestaan van individuele media zegt Rodowick. Hij vind dit niet genoeg. Hij stelt dat het geleidelijk gaat en het kleine stapjes neemt. Hij stelt dat media een geheel is en dat er geen individuele media bestaan. Rodowick stelt dat nieuwe media bestaan uit een simulatie en overgenomen informatie processen van een oud medium. Een voorbeeld hiervan zijn films. Hij stelt dat nieuwe media voortvloeit uit cinema. Cinema vernieuwt zich en maakt gebruik van digitale processen. Zo veranderd cinema zichzelf waardoor er een ‘nieuw’ medium ontstaat. Rodowick stelt echter dat dit medium helemaal niet nieuw is omdat het de eigenschappen en conventies heeft van het oude medium. Een medium kan dus niet nieuw zijn volgends Rodowick maar het bestaande medium verbeterd zichzelf. Rodowick haalt het boek van Bordwell & Thompson aan. Hij stelt dat dit boek tekort schiet wat betreft het definiëren van media. Hij stelt dat nieuwe media werken volgens binaire codes. Dus door middel van enen en nullen. Boeken zijn analoog, alleen maakt een digitale bibliotheek gebruik van deze binaire codes. De computer simuleert dus de analoge boeken, maar deze zijn echter digitaal en gemaakt volgens de binaire code. Het digitale proces zorgt er echter voor dat het aan onze wensen voldoet.

Emily Dijkgraaf » Week 7 » Masumi

The alerts presented no form, ideological or ideational and, remaining vague as to the source, nature, and location of the threat, bore precious little content.

Dit citaat komt uit de tekst Fear (The Spectrum Said) van Brian Masumi. In dit artikel bespreekt Masumi het kleurenspectrum. Dit kleurenspectrum is ontstaan na 9/11. Er was na de aanslagen op de WTC behoefte om terroristische dreigingen in kaart te brengen. Zo is het kleurenspectrum ontwikkeld. De verschillende kleuren op het kleurenspectrum staan voor een bepaalde mate van terroristische dreiging. Er wordt echter gesteld dat er altijd sprake is van terroristische dreiging. Groen staat voor lage terroristische dreiging, maar stelt dus dat er wel sprake is van een kleine vorm van dreiging. Masumi heeft echter kritiek op het kleurenspectrum. Hij stelt dat de kleuren nergens naar verwijzen. De kleuren vertellen niks over de bron, de natuur en de locatie van de terroristische dreiging. De kleuren bieden geen enkele vorm van informatie. Ze stellen alleen dat er een bepaalde mate van terroristische dreiging is, maar verder bieden ze geen informatie over deze dreiging. Het kleurenspectrum verwijst nergens naar en heeft niets te maken met kennis overdracht. Het kleurenspectrum doet geen beroep op subject cognition, alleen op de wijze waarop het lichaam geïrriteerd wordt. Mensen worden namelijk angstig door een verhoging van de kleurcode en angst voel je in je lichaam en is dus een emotie die het lichaam irriteert. Het kleurenspectrum werkt alleen wanneer het op de televisie wordt uitgezonden. De televisie is namelijk een event medium. Met weinig middelen kan door middel van de televisie toch een gezamelijkheid neergezet worden. Masumi zegt dat wanneer er iets van nationaal of internationaal belang gebeurd dan gebeurd dit op tv. Zo gaat het dus ook met het kleurenspectrum. Wanneer er een nieuwe mate van terroristische dreiging is wordt dit op televisie uitgezonden waardoor er een grote groep mensen bereikt kan worden.

Emily Dijkgraaf » Week 8 » Deleuze

These are the societies of control, which are in the process of replacing disciplinary societies

Dit citaat komt uit de tekst ‘Society in control’, geschreven door Deleuze. In het artikel beschrijft hoe onze omgeving verschuift van disciplinary societies naar societies of control. Foucault stelt dat er in de 18e en 19e eeuw disciplinary societies zijn. De wijze van het organiseren van een samenleving gebeurd door middel van het disciplineren van een samenleving volgens Foucault. Een instituut is een afgesloten eenheid. De mensen worden buiten de samenleving gesloten, bijvoorbeeld een gevangenis. De mensen worden in de gevangenis afgesloten van de samenleving om zo gedisciplineerd te worden. Het verbeteren van de samenleving werkt dus door het afsluiten van eenheden. Deze instituten worden echter bedreigd. Volgens het model van disciplinary societies zit elk individu vast in verschillende gesloten milieus. Elk milieu heeft zijn eigen regels en een individu stopt nooit met het bewegen van het ene gesloten milieu naar het andere. Deleuze stelt dat alle milieus in dit model een vervaldatum hebben en stelt dat we in een crisis zitten in relatie tot de disciplinary societies. Ze lopen ten einde en worden vervangen door een nieuw model. Zo veranderen disciplinary societies in societies of control volgens Deleuze. In societies of control is men nooit klaar met een milieu. Elk milieu bestaat in dit model naast elkaar op hetzelfde moment. Door het numerieke karakter van societies of control hoeft er geen rekening meer te worden gehouden met individuen. Mensen worden allemaal onderdeel van de massa. Een voorbeeld van de verschuiving van disciplinary societies naar control societies zijn ziekenhuizen. Bij disciplinary societies gingen mensen als ze ziek waren en medicijnen nodig hadden naar het ziekenhuis. Er vond echter een verschuiving plaats dat er tegenwoordig medicijnen en hormonen in eten zitten, bijvoorbeeld margarine, wat ze functional Foods noemen. Zo worden de doktoren en ziekenhuizen vervangen en ontstaat er een control society.

Jasmin Mualaa » Week 1 » Jussi Parikka

“For example, Simondon is crucial in this context for having insisted both that it is not the human being but the machine as well that carries within itself dynamics of thought (1989:58); and that the technical object is always accompanied by its associated mileu.”

Naar mijn mening beschrijft deze zin waar het in de cursus om gaat. Wat er met de zin wordt bedoeld is naar mijn dat elk nieuw (en zelfs bestaand) medium een bepaalde gedachte meebrengt. En deze gedachtegang is niet te reduceren tot enkel bij de mensen zelf. Natuurlijk hebben mensen, en daarmee de maatschappij, behoefte aan veranderingen en hiermee krijgen sommige media een andere rol, maar er kunnen ook nieuwe media ontstaan. Deze nieuw media brengen iets teweeg dat de maatschappij kan veranderen. Media is veel meer dan alleen techniek en de vorm van het medium zelf, het heeft invloed op de manier waarop we in het dagelijks leven met elkaar omgaan. Daarnaast heeft het ook invloed op ons perspectief, hoe we onze samenleving zien en meemaken. Een goed voorbeeld is een citaat uit hetzelfde artikel wat duidelijk maakt wat de invloed is van media in onze samenleving en wat ze teweegbrengen: “Media are an action of folding time, space and agencies; media are not the substance, or the form through which mediated actions take place but an environment of relations in which tume, space and agency emerge.” Dit citaat maakt duidelijk dat media ons samenbrengt met mensen overal ter wereld, door bijvoorbeeld het medium televisie. Een mooi voorbeeld is conferentie waarin Apple CEO Steve Jobs, de nieuwe ontwikkelingen in de software bekend maakt. Na de bekendmaking staan mensen in lange wachtrijen of kamperen ze voor de winkel om het nieuwste product te kunnen bemachtigen. En dit gebeurt overal ter wereld, door media die we in ons dagelijks leven gebruiken en die voor ons als vanzelfsprekend zijn geworden. De allernieuwste media brengen een bepaalde gedachte mee, iedereen wil eraan meedoen, media zijn meer dan het apparaat zelf, ze staan voor een bepaalde manier van leven en functioneren in de samenleving. 

Jasmin Mualaa » Week 2 » Steven Shaviro

"If the past persist in the present, then futurity insists in the present, defamiliarizing what we take for granted."

Deze zin uit het artikel van Shaviro geeft heel duidelijk weer hoe wij tegenwoordig in het leven staan. We zien in heel veel aspecten van het leven zaken uit het verleden op een modernere manier terugkomen in het heden. We zien dit bijvoorbeeld in de mode, maar ook in de media die we dagelijks gebruiken. De media die we gebruiken bevatten allemaal elementen van oudere media. Zoals bijvoorbeeld de symbolen in de smartphones, waarbij een telefoon verwijst naar bellen of een envelop voor email of vormgeving van de website van een krant. Volgens Shaviro zit het verleden in het heden, wat dus ook zou betekenen dat de toekomst in het heden zit. We maken vooruitgangen mee, die we op dit moment nog niet beseffen, maar die staan voor de toekomst. De toekomst is in het heden al aan het ontstaan. Door alle technologische, economische maar ook sociale vooruitgangen kunnen we in het heden al een beeld scheppen van hoe de toekomst eruit zou kunnen zien. En of dit beeld positief, negatief of neutraal is, dat is natuurlijk voor iedereen verschillend. De film Southland Tales heeft ook zo een eigen beeld van hoe het in de toekomst zal zijn. In de film wordt er een poging gedaan om een beeld te scheppen van de toekomst door zaken die nu actueel zijn erg te overdrijven en daarom dus ook in de schijnwerpers te zetten. In de film draait het voornamelijk om de bestrijding van terrorisme, de manier waarop de overheid zijn burgers in de gaten houdt en hoe de privacy hiermee sterk wordt geschonden. Er wordt gepoogd om mensen bewust te maken van wat er zou kunnen gebeuren als ons leven op deze manier zou doorgaan. De film doet dit niet op een hele subtiele manier, maar de boodschap komt zeker over. 

Jasmin Mualaa » Week 3 » Gregory Bateson

“…it takes at least two somethings to create a difference. To produce news of difference, i.e., information, there must be two entities (real or imagined) such that the difference between them can be immanent in their mutual relationship; and the whole affair must be such that news of their difference can be represented as a difference inside some informaton-processing entity…”

In het hoofdstuk ‘Multiple Versions of the World’ van het boek Mind and Nature van Gregory Bateson worden verschillende voorbeelden gegeven waarbij het samenvoegen van twee of meer dingen iets oplevert wat meer is dan enkel een samenvoeging. Zo beschrijft hij bijvoorbeeld de werking van het oog, het linkeroog ‘ziet’ bepaalde dingen en het rechteroog ook. Maar samen is dat niet alleen een optelsom van wat beide ogen zien, er wordt een nieuwe dimensie gecreëerd, namelijk diepte. Hij geeft verder het voorbeeld over menselijke relaties, persoon A heeft zijn eigen persoonlijkheid en gewoontes en persoon B ook. Wanneer persoon A en B samen een relatie beginnen is deze niet alleen een samenvoeging van beiden gewoontes en persoonlijkheden. Er worden nieuwe gewoontes gecreëerd, de twee partners gaan zich aan elkaar aanpassen en vormen zo ook een nieuwe ‘dimensie’. Zoals Bateson ons probeert te laten zien in dit hoofdstuk, zien we in meerdere aspecten in het leven zijn concept (any difference that makes a difference) terugkomen. De wijze waarop wij dingen waarnemen heeft invloed op hoe we die dingen waarnemen. De manier van waarnemen en het waargenomen object in combinatie zorgen dat er nieuwe informatie tot stand komt. Het is een intra-actie tussen de twee dingen en ze zijn niet van elkaar los te halen. In het filmpje van week 3, zie je naar mijn idee een voorbeeld van het concept van Bateson. Je ziet iemand op het podium die probeert duidelijk te maken dat iedereen bekend is met de toonladder, het publiek werkt hieraan mee. Zoals Bateson de menselijke relaties beschrijft zie je ook hier dat het publiek en Bobby McFerrin een relatie aangaan, waarbij er een nieuwe dimensie tot stand komt. Het is een samenwerking, en die is niet te reduceren tot een van de twee, McFerrin of het publiek.   

Jasmin Mualaa » Week 4 » Felix Guattari

“Language is everywhere, but it does not have any domain of its own. There is no language in itself. What specifies human language is precisely that it never refers back to itself, that it always remains open to all other modes of semiotization.”

Deze zin geeft naar mijn mening heel duidelijk aan waar Guattari het in zijn tekst over heeft. Volgens Guattari heeft taal of een bepaalde uitspraak op zichzelf geen betekenis. De betekenis die wij eraan geven komt door de context waarin we hem zien of een bepaalde relatie tussen de woorden en de context een bepaalde betekenis aan de woorden geven. Taal op zichzelf heeft geen betekenis en biedt ons dus geen nieuwe informatie. In principe is taal volledig redundant. Wanneer mensen bijvoorbeeld een gesprek aangaan, zal binnen dat context betekenis worden gelegd aan de woorden. Het is dan ook belangrijk dat beide gesprekspartner relaties kunnen leggen tussen de woorden die worden gebruikt in de context. Woorden hebben op zich dus geen betekenis. En zoals Guattari in zijn artikel ook probeert uit te leggen draait het met name om de relaties die woorden gelegd. Wanneer woorden dus op zichzelf geen betekenis hebben, kunnen ze eigenlijk in iedere context, in relatie tot verschillende dingen een andere betekenis hebben. Zo zien we bijvoorbeeld in ‘straattaal’ dat woorden in relatie tot de andere woorden in die context een andere betekenis krijgen. Zo wordt bijvoorbeeld het woord ‘chick’ gebruikt, om een meisje mee te omschrijven (vaak een aantrekkelijk meisje), maar in een andere context, in een boerderij bijvoorbeeld staat het voor een klein kuikentje. Ook woorden zoals ‘cool’, ‘vet’ en ‘ziek’ hebben in verschillende contexten een andere betekenis. Zo kun je zeggen, ‘het IMV tentamen was ziek moeilijk’. Eigenlijk zeg je dat het heel erg moeilijk was. Maar je kan ook zeggen ‘ik word ziek’ en met deze zin doel je op je gezondheid. Het is leuk om op deze manier naar taal te kijken, en je te realiseren dat je dezelfde woorden in een andere context gebruikt, vaak zonder dat je het door hebt.

Jasmin Mualaa » Week 5 » D. N. Rodowick

“The question is not whether cinema will die, but rather just how long ago it ceased to be.”

Deze zin, uit het tweede deel, van het boek “The Virtual Life of Film” van Rodowick, staat in het begin van het hoofdstuk. Maar geeft de hoofdlijn van het tweede deel van het boek weer. Rodowick probeert in zijn boek te beschrijven op welke manier we cinema zijn “verloren” en hoe dat is gegaan. Volgens Rodowick is cinema niet meer, niet zoals het was bedoeld en is geweest. Cinema zoals Rodowick het omschrijft, als een opeenvolging van fotografische beelden die een bewegend beeld vormen, vaak vertoond in een theatrale omgeving. Cinema is veranderd, met name met de introductie van video. Het werd mogelijk om films vanuit de huiskamer te bekijken in een informele sfeer. Men was niet meer gebonden aan een bepaalde tijd of plaats. De films waren eigenlijk ieder moment van de dag te bekijken. Verder heeft de kijker zelf nu ook invloed op wat er tijdens het kijken gebeurd. De film kan tijdelijk worden stilgezet om even wat te drinken te pakken, of terug worden gespoeld omdat je een stuk hebt gemist. De beleving van de film werd anders. Verder zijn de processen van het maken van een film ook veranderd. Met de komst van de digitale film worden alle aspecten eigenlijk door een medium verkregen. Terwijl vroeger de film eerst werd opgenomen, waarna een componist er muziek onderzette. We zien verandering in ons dagelijks leven, een generatie die niet bekend is met zwart/wit films, zonder geluid. De nieuwe generatie is opgegroeid met 3D animatiefilms, waarbij geen camera’s meer komen kijken, maar alles via de computer gaat. En zelfs voor de 3D-effecten hoeft men niet meer naar de bioscoop. De televisie van tegenwoordig zorgen ervoor dat men dit allemaal vanuit de woonkamer kan beleven. Rodowick’s cinema is inderdaad niet meer, maar het heeft een wereld geopend vol mogelijkheden. 

Jasmin Mualaa » Week 6 » D. N. Rodowick

“From this perspective, there are no "new media"; there are only simulation and information processing used in reformatting old media as digital information.”

Dit citaat staat voor de mening van Rodowick dat er geen nieuwe media zijn. Daarbij stelt hij het begrip media tot discussie. Wat is media? Wat kunnen we wel en geen media noemen? En waarom het ene wel en het ander niet? Het definiëren van media is ingewikkeld. Media veranderen continue en het is dus lastig om er grip op te krijgen en een vaste definitie te stellen. De definitie moet dynamisch zijn om te kunnen beschrijven wat media zijn. Media zijn er altijd al geweest, en nieuwe media zijn niet zo nieuw als wij mensen denken. Wat media doen is ze komen eigenlijk terug in een andere vorm waardoor wij geneigd zijn te denken dat ze nieuw zijn. Zo bestaat de krant als sinds de boekdrukkunst is uitgevonden en mensen er handigheid in kregen. Toch wordt het lezen van de krant op een smartphone of iPad anders ervaren dan de papieren krant. Hoewel de digitale krant vaak een zelfde vormgeving heeft als de papieren krant. Het draait hier om een soort remediatie, waarbij een nieuwer medium elementen van het oudere medium in zich opneemt, of simuleert. Door de andere, nieuwere vormgeving van het medium krijgen wij de illusie dat het een volledig nieuw medium is, terwijl het veel aspecten bevat van media die al in ons dagelijks leven aanwezig zijn. Dit betekent dat nieuwe ‘nieuwe media’ in potentie al aanwezig zijn in onze hedendaagse samenleving, ze zijn aanwezig in alle aspecten van de samenleving zoals we die nu kennen. Maar voor ons zijn zij nog transparant. Wanneer hun aanwezigheid duidelijk wordt, ze worden geïntroduceerd zullen we ze pas merken, waarna een acceptatieproces volgt.  En wanneer een medium is geaccepteerd, zal deze dus ook weer een plek krijgen in de samenleving, waar de overduidelijke aanwezigheid voor ons weer zal verdwijnen. 

Jasmin Mualaa » Week 7 » Brian Massumi

“There was simply nothing to identify with or imitate. The alerts presented no form, ideological or ideational and, remaining vague as to the source, nature, and location of the threat, bore precious little content. They were signals without signification.”

In het artikel van Massumi behandelt hij het spectrum waarmee de Amerikaanse overheid de ‘veiligheid’ aangeeft. Het spectrum bestaat uit verschillende kleuren die ieder hoeveelheid dreiging ‘aangeven’. Wat Massumi in zijn artikel duidelijk probeert te maken is het feit dat de kleuren in het spectrum nergens naar verwijzen.  De kleuren vertellen ons niks over de bron, de locatie of over de details van een bepaalde dreiging. Het kleurenveld geeft dus geen enkele informatie. Hoe komt het dan dat mensen er toch een bepaalde betekenis aan verbinden? Volgens Massumi heeft het te maken met macht. Met dit spectrum laat de overheid haar macht zien. De overheid heeft een bepaalde macht, zij heeft bijvoorbeeld gevangenissen en kan belastingen innen. Maar tegenwoordig heeft de overheid een nieuwe manier om meer macht te verkrijgen, namelijk de televisie. Een typische eigenschap van televisie is dat het een ‘event medium’ is. De televisie zorgt ervoor dat we allemaal tegelijkertijd op dezelfde plek kunnen ‘zijn’. Hierdoor wordt het gevoel van samenzijn vergroot en voelen mensen zich verbonden, zo krijgt de overheid meer macht. Dus wanneer er op televisie een verandering in het spectrum wordt aangegeven , bijvoorbeeld van geel naar oranje, roept dit bij mensen herinneringen op. Deze herinneringen roepen bepaalde gevoelens op, waaronder angst. Op deze manier wordt de oranje kleur gekoppeld aan angst. Dit heeft te maken met het begrip ‘affect’. Het beschrijft hoe bepaalde woorden of media ingrijpen in een situatie, waarbij ze geen betekenis neerzetten maar waarbij herinneringen worden opgeroepen. Bij affect probeert A een poging te doen om iemand te raken, maar B moet openstaan om geraakt te worden. Affect kan in situatie herinneringen oproepen die de emotie angst meebrengen, deze angst kan op zijn beurt weer een fysieke reactie oproepen bij een persoon. Hierdoor is fysieke paraatheid een effect van affect. 

Jasmin Mualaa » Week 8 » Gilles Deleuze

“These are the societies of control, which are in the process of replacing disciplinary societies.”

Deleuze beschrijft in zijn artikel een verschuiving binnen onze samenleving. Hierbij beschrijft hij allereerst dat we “vroeger” in een disciplinary society leefden, maar dat er tegenwoordig, mede door alle digitale mogelijkheden, een heel andere samenleving ontstaat, namelijk een control society. Een disciplinary society, zoals Foucault deze had beschreven, is een samenleving die bestaat uit verschillende eenheden, instituties. Deze instituties hebben allen hun eigen regels en grenzen en mensen kennen deze grenzen en proberen deze niet te overschrijden. Voorbeelden zijn scholen, ziekenhuizen en gevangenissen. Binnen deze eenheden paste men zijn taalgebruik, gedrag en kledij aan. Deze instituties binnen de samenleving waren bedoeld om de samenleving op een juiste manier te laten functioneren en eenheid te scheppen. Zoals het citaat hierboven beschrijft, is er een hervorming in de samenleving geweest, en nog steeds in proces, die ons van een disciplinary society naar een control society verandert. We zien de instituties zoals we ze kennen veranderen en het zal niet lang meer duren voordat ze verdwijnen, worden overgenomen door de control society. Deze control society geeft mensen een ‘idee’ van vrijheid, maar waarbij er nog steeds controle wordt uitgeoefend. Zo noemt Deleuze in zijn tekst dat er naast ziekenhuizen tegenwoordig ook hospitalen en kinderdagverblijven bestaan, deze geven de illusie van mogelijkheid en vrijheid, maar ook deze functioneren binnen het mechanisme van de control society. Met de komst van het digitale kon de control society beter tot haar ‘recht’ komen. Internet geeft mensen namelijk het idee van een  totale vrijheid, je kunt alles doen, alles zien en alles zeggen en het kan zelfs anoniem (als men dat wil). Met de hedendaagse samenleving zitten we eigenlijk meer in een gevangenis dan voorheen. Omdat je vroeger wanneer je een eenheid verliet het ook afgelopen was, tegenwoordig wordt alles opgeslagen, data op internet, maar ook je telefoongegevens.