You are here: Home » Zones »

Selected citaten

Annemieke Boschma » Week 1 » Parikka

Media are also less a matter of mediation and communication between humans, than a milieu of engagement, or relationality for the object, vectors, agencies and processes that enter into its sphere.

Dit is een van de laatste zinnen uit het artikel van Parikka. Ik vind dit de beste zin van het artikel omdat het een goede samenvatting is van het idee dat deze week in de cursus centraal staat, en daarmee geeft deze zin naar mijn mening ook de essentie van de artikelen van Parikka en Guattari weer. Parikka beschrijft hier hoe media vaak worden gezien als communicatiemiddelen tussen mensen. Media zouden iets kunstmatigs zijn, door mensen gemaakt en alleen voor mensen bedoeld. Dat is echter niet het geval. Media beperken zich namelijk niet tot het menselijke soort, maar richten zich ook op ‘the object, vectors, agencies and processes that enter into its sphere’. Dit idee van media als een ‘milieu of engagement or relationality’ is dus niet anders dan de media waar wij dagelijks mee in aanraking komen, zoals onze smartphones, laptops en iPods, maar het laat wel zien dat media niet alleen van onze tijd zijn (in de vorm van ‘nieuwe media’) en ook niet alleen eigen zijn aan ons mensen, maar ook bijvoorbeeld aan de natuur. Hierbij kunnen we denken aan het filmpje uit het hoorcollege, waarbij een vogel kunstmatige geluiden nabootste. Dit filmpje laat zien dat er bij media altijd sprake is van een ‘folding’ en ‘contraction’ van tijd en ruimte, wat niet per se menselijk of beperkt tot media hoeft te zijn. We zien vergelijkbare ideeën in het artikel van Guattari wanneer hij het heeft over het belang van ‘thinking transversally’. We moeten volgens Guattari namelijk niet zozeer binnen één discours blijven denken, maar aan de hand van de drie ecologies (environment, social relations en human subjectivity) naar de wereld en de media kijken. Volgens Guattari betekent dat dat we met deze drie ecologies nieuwe waardesystemen moeten creëren, waarbij bestaande disciplines uit hun context worden gehaald.

Annemieke Boschma » Week 2 » Shaviro

If the past persists in the present, then futurity insists in the present, defamiliarizing what we take for granted.

Dit is een van de beste zinnen van het artikel van Shaviro omdat deze zin naar mijn mening de essentie van het artikel uitdrukt. Het concept tijd speelt namelijk een grote rol, zowel in het artikel en de film, als in ons dagelijks leven. Niet alleen maakt Shaviro duidelijk dat het verleden ons achtervolgt en blijft bestaan in het heden, maar ook benadrukt hij dat de toekomst, of ons idee van de toekomst, inwerkt op het heden. Shaviro meent dat dit vooral te wijten is aan grote sociale en technologische vooruitgang, aangezien we door dergelijke ontwikkelingen met onze neus op de feiten worden gedrukt, op de toekomst die op het punt staat om ‘aan te breken’.Hoewel deze opwinding over wat de toekomst ons mogelijk zou kunnen brengen, enerzijds een positieve ervaring is, noemt Shaviro ook aantal minder optimistische opvattingen hierover. Want de film Southland Tales is, als een post-cinematic werk, volgens Shaviro niet bewerkt volgens de traditional cinematic logic, maar de montage wordt gekenmerkt door looseness en arbitrariness als gevolg van digital compositing. Het verschil tussen traditional cinematic logic en digital compositing ligt aan het feit dat de eerste probeert om vanuit losse segmenten een ‘hoger’ geheel te creëren, terwijl het bij de tweede vorm van monteren juist draait om het combineren van afzonderlijke elementen die samen, idealiter, naadloos op elkaar aansluiten. Deze laatste vorm is dan ook kenmerkend voor digitale media.Digital compositing heeft voor Southland Tales als gevolg dat de film er moeite mee heeft om duration over te brengen. De nadruk ligt dus niet langer op het verloop van tijd (duration), maar op het hier en nu, op de real-time ervaring. Dit is kenmerkend voor capitalist realism omdat dit, in lijn met het idee van de cultuurindustrie, leidt tot eindeloze herhaling. Tijd wordt zo iets onbeduidends.

Annemieke Boschma » Week 3 » Bateson

The aggregate is greater than the sum of its parts because the combining of the parts is not a simple adding but is of the nature of a multiplication or a fractionation, or the creation of a logical product.

Ik vind dit de beste zin van het hoofdstuk Multiple Versions of the World van Bateson omdat dit eigenlijk een samenvatting is van wat Bateson met zijn tekst duidelijk wil maken. Hij geeft namelijk een aantal voorbeelden om te verklaren dat het combineren van verschillende soorten informatie of informatie afkomstig van verschillende bronnen, resulteert in meer dan slechts een optelsom van deze informatie. Bateson benadrukt dat het resultaat hiervan een vermenigvuldiging, een splitsing of een creatie van een logisch product is. Bateson ziet dit resultaat als een bonus. Het resultaat geeft het waarnemende organisme namelijk de kans om informatie over de wereld om hem heen of over hemzelf als onderdeel van die wereld op te nemen. Dit houdt verband met het hoofdstuk Multiple Versions of Relationship, eveneens van Bateson, en het artikel Parallel Selves van Rotman. In deze teksten staat namelijk ook het combineren van verschillende soorten informatie centraal. Hier gaat het echter om de grens tussen ‘the I’ en ‘the external’, wat tevens een grens tussen verschillende soorten informatie is. Bateson is van mening dat relaties een bijzonder voorbeeld van het combineren van verschillende soorten informatie zijn. Er is namelijk geen sprake van een lineair model, zoals in het geval wanneer de docent onderwijst en de leerling leert, maar hier geldt een cybernetic circuit of interaction. Bateson beschrijft hoe zo’n interactie-eenheid bestaat uit drie componenten: stimulus, response en reinforcement. Deze drie componenten kunnen elkaar wederzijds beïnvloeden. Naar mijn mening is het juist door deze mogelijkheid tot wederzijdse beïnvloeding dat de grenzen tussen ‘the I’ en ‘the external’, zoals beschreven in het artikel van Rotman, vervagen. Rotman wijt dit aan een technologisch gemedieerde transformatie van the human. Volgens hem vindt er een verschuiving plaats van het individuele ‘I’ naar een collectieve en parallele manier om uitdrukking te geven aan zichzelf.

Annemieke Boschma » Week 4 » Spuybroek

The notion is one of physical work being as much part of the design as drawing and tracing are part of cutting and carving; in short, work is in design, and design is in work – and thus savageness is in changefulness, and vice versa.

Ik vind dit de beste zin van het hoofdstuk The Digital Nature of the Gothic van Spuybroek omdat hier de changefulness van de Gotische stijl wordt benadrukt. Deze changefulness is tevens kenmerkend voor onze hedendaagse digitale architectuur, een vergelijking die in het hoofdstuk van Spuybroek centraal staat. Deze zin is naar mijn mening dan ook de essentie van de gelijkenis tussen de Gotische stijl en de digitale architectuur.Deze changefulness ontstaat door de relatie tussen figure en configuration. De Gotische stijl kent een reeks figures, die allemaal tot op bepaalde hoogte gevarieerd kunnen worden. We zouden dit als het microniveau kunnen beschouwen, omdat het gaat om afzonderlijke elementen. Daarnaast kent de Gotische stijl ook een reeks van combinaties van figures, oftewel configurations. Deze configurations kunnen uiteraard ook gevarieerd worden. Dit zouden we als het macroniveau kunnen zien omdat elementen van het microniveau worden gecombineerd en samen een groter geheel vormen. Spuybroek maakt deze relatie tussen figure en configuration de Gotische stijl uniek: niet alleen omdat dit de relationaliteit die in de Gotische stijl centraal staat, benadrukt, maar tevens omdat de mogelijkheid tot variatie van alle figuren duidt op de digitale natuur van de Gotische stijl.Er is dus sprake van een dynamische, interactieve relatie tussen figure en configuration. De manier waarop deze twee onderdelen zijn georganiseerd is gefixeerd, maar de vorm ligt nog open. Wanneer we, zoals Spuybroek voorstelt, een reeks a’s op papier schrijven, zijn geen van allen identiek. We houden in principe vast aan een zeker patroon (organisatie), maar de vorm ligt nog open. Dit houdt verband met het bovenstaande citaat: 'work is in design, and design is in work'. Volgens Spuybroek is dit ook de manier waarop een computer te werk gaat: ‘a computer […] is handicraft taking place at the level of drawing and design.’

Annemieke Boschma » Week 5 » Rodowick

Photography and film are temporal arts before they are spatial arts; this is the key to understanding how and why we value them.

  Ik vind dit de beste zin van het hoofdstuk What was cinema? uit het boek The Virtual Life of Film van Rodowick, omdat hier de aandacht wordt gevestigd op het belang van het analyseren van het temporele aspect van film en fotografie. Dit vormt een contrast met het feit dat, althans volgens Rodowick, bij film en fotografie tot dan toe altijd de nadruk werd gelegd op het analyseren van ruimte.Volgens Rodowick heeft film de mogelijkheid om ons opnieuw een gebeurtenis, die in het verleden heeft plaatsgevonden, te laten meemaken. Deze opvatting vertoont sterke overeenkomsten met het concept The Folding of Time and Space van Parikka. Parikka doelt hiermee op het feit dat wij dankzij media de mogelijkheid hebben om gebeurtenissen waar te nemen die op een andere plek (bij live televisie, bijvoorbeeld) of op een ander tijdstip (een foto als een historical document zien, zoals Rodowick beschrijft) plaatsvinden. Het medium bepaalt wanneer wij wat zien: the medium is the message.  Film en fotografie beschikken als media ook over de mogelijkheid om tijd en ruimte samen te vouwen. Rodowick is namelijk van mening dat fotografie en film eerst transcriberen (omschrijven), voordat ze iets representeren. Het gaat bij fotografie en film niet zozeer om het vertonen van overeenkomsten met de werkelijkheid, maar meer om het bewerkstelligen van een relatie tussen ons en een in het verleden bestaand hebbende werkelijkheid. Hier doelt Rodowick dus eigenlijk op de mogelijkheid van film en fotografie tot het samenvouwen van tijd en ruimte. Film combineert het temporele aspect van foto’s op zo’n manier dat het zichtbare of waar te nemen beeld niet gefixeerd kan worden in de ruimte. Beweging in film is namelijk onafhankelijk van ruimte: het is een beeld dat heeft plaatsgevonden in het verleden, maar dat zich tegelijkertijd nu (opnieuw) afspeelt, in het heden.

Annemieke Boschma » Week 7 » Massumi

If anything, it is more precarious than ever because the form under which the promise of tomorrow is here today is ever-present threat. This hinges its actualization on nonlinear and quasicausal operations that no one can fully control, but which, on the contrary, are capable of possessing each and every one, at the level of his or her bodily potential to be individually what will have collectively become.

Dit zijn naar mijn mening twee van de beste zinnen van het artikel Fear (The Spectrum Said) van Massumi omdat dit eigenlijk is waar het hele artikel om draait. Volgens Massumi is ons hele leven doordrenkt van angst. Deze angst wordt veroorzaakt door bepaalde processen (nonlineair and quaiscausal operations), zoals het alert system van Bush dat hij beschrijft, waar niemand volledige controle over heeft. Tegelijkertijd wordt iedereen door deze processen beïnvloed, wat ertoe leidt dat de collectieve gevoelens die deze processen in de maatschappij oproepen, invloed uitoefenen op de gevoelens van het individu. Ik heb er deze week voor gekozen om twee zinnen te nemen omdat de zinnen afhankelijk van elkaar zijn en elkaar aanvullen. Ook in week 2 lazen we al over een leven doordrenkt van angst, zoals beschreven door Shaviro in zijn artikel Southland Tales. ‘If the past persists in the present, than futurity insists in the present, defamiliarizing what we take for granted.’ Volgens Shaviro draait de film Southland Tales namelijk om de invloed van of angst voor dat wat komen gaat. Het is volgens hem niet alleen de geschiedenis die ons kan achtervolgen, maar ook de toekomst die ons enerzijds hoopvol, anderzijds angstig stemt, en die ons aan de ene kant blij maakt en aan de andere kant bedreigt met de belofte van verandering.Hetzelfde geldt volgens Massumi in principe voor het color alert system zoals ingevoerd door Bush. Zoals Massumi dit systeem beschrijft is het eigenlijk een instrumentalisatie van de immer aanwezige angst voor de toekomst, in die zin dat dit proces (of misschien zelfs dit feit) zoals Shaviro het beschrijft niet langer ‘slechts’ aanwezig is in onze maatschappij, maar nu, met een dergelijk color alert system, ook gecontroleerd kan worden door de regering. Echter, hoe ieder individu deze collectieve gevoelens overneemt, is niet controleerbaar.

Annemieke Boschma » Week 8 » Deleuze

The old societies of sovereignty made use of simple machines – levers, pulleys, clocks; but the recent disciplinary societies equipped themselves with machines involving energy, with the passive danger of entropy and the active danger of sabotage; the societies of control operate with machines of a third type, computers, whose passive danger is jamming and whose active one is piracy or the introduction of viruses.

Ik vind dit een van de beste zinnen van het artikel Society of Control van Deleuze omdat deze zin een van de hoofdpunten van zijn artikel vormt. Deleuze beschrijft in dit artikel hoe we van societies of sovereignty naar disciplinary societies (uitgebreid beschreven door Foucault) zijn gegaan, en hoe er volgens hem op dit moment een overgang plaatsvindt van deze disciplinary societies naar societies of control. Waar disciplinary societies bestonden uit van elkaar gescheiden ‘mini-gemeenschappen’ in de vorm van school, werk, ziekenhuis en gevangenis, die helemaal afgesloten waren ('vast spaces of enclosure') en op zichzelf stonden, bestaan societies of control uit diezelfde gemeenschappen ‘in crisis’. Volgens Deleuze is het namelijk zo dat deze societies of control bestaan uit ‘free floating forms of continuous control’: de gemeenschappen van de disciplinary societies zijn dus in crisis omdat er bij societies of control een constante communicatiestroom plaatsvindt in omgevingen die veel meer open zijn dan deze gemeenschappen. Hierin is duidelijk het gedachtegoed van Rotman te herkennen wanneer hij het in zijn artikel Parallel Selves heeft over seriële en parallelle processen. In dit geval zouden disciplinary societies gekenmerkt worden door seriële processen, en bevatten societies of control voornamelijk parallelle processen. Ook is het mogelijk om het artikel Software and Sociality van MacKenzie te linken aan Deleuze wanneer hij het heeft over de machines die kenmerkend zijn voor societies of control. MacKenzie beschrijft namelijk hoe wij ons meestal niet realiseren dat digitale media, zonder de voor ons onzichtbare code, niet zouden bestaan. Aan de ene kant leidt dit volgens MacKenzie soms tot code Babble, vanwege de vele variaties op bepaalde codetalen. Aan de andere kant maakt code het mogelijk om, ondanks deze Babble, veel verschillende media, geheel in lijn met parallelle processen en societies of control, met elkaar te verbinden in een constante communicatiestroom.

Anna Sophie Torn » Week 1 » Félix Guattari

"The task facing us in future is not that of seeking a mind-numbing and infantilizing consensus, but of cultivating dissensus and the singular production of existence."

In het artikel The Three Ecologies stelt Guattari dat mensen ‘verdommen’ door huidige vormen van media. Mensen zijn onderdeel geworden van een massacultuur waarin homogene producten het volk standaardiseert en er is geen sprake meer van de ontwikkeling van het individu.      Guattari wil deze ontwikkeling van ‘mind-numbing’ tegengaan. Hij benadrukt dat de semiotiek in media wordt overgenomen door gebruikers, waardoor meningen universeel en standaard zijn geworden. Media doen mee aan de degradatie van de drie ecologieën die Guattari in zijn artikel noemt: de sociale ecologie, de mentale ecologie en de omgevingsecologie. Hij stelt dat deze achteruitgang een infantilisatie van meningen en een destructie en neutralisatie van democratie teweegbrengt. We moeten de consumptiemaatschappij doorbreken door de wereld te onderzoeken vanuit deze drie ecologieën.      Door het bestuderen van eerdere vormen van media kan de machtsverdeling in de maatschappij blootgelegd worden. Er kunnen zo verklaringen worden gezocht voor de positie van gemarginaliseerde groepen. Media zijn machines van productie van afbeeldingen, tekens, syntax en kunstmatige intelligentie. De maatschappij is een afspiegeling hiervan, aangezien media een grote invloed hebben op ideeën van het individu, of beter, de massa. Ook Parikka stelt dat historische vormen van media onderzocht moeten worden. Bij deze media-archeologie wordt er gezocht naar meer mogelijkheden van oude mediavormen. Hier wordt niet uitgegaan van de werkelijkheid op zich, maar er wordt gestreefd naar nieuwe creatieve ontwikkelingen. Dit is een manier om de verdomming en de universaliteit van de huidige maatschappij te doorbreken.      Een belangrijk aspect in beide teksten is het concept van ‘transversaliteit’. Guattari stelt dat cultuur nauw verbonden is met natuur. Ook Parikka verbindt natuur met cultuur. Hij beschrijft experimenten waarin natuurlijke objecten als media worden ingezet. Hier is wederom sprake van het doorbreken van een taboe, aangezien in de digitalisering van het huidige medialandschap natuurlijke objecten als media niet ‘mainstream’…

Anna Sophie Torn » Week 2 » Steven Shaviro

“It is about capturing and depicting the latent futurity that already haunts us in the present.”

Southland Tales is een film die thuishoort in het sciencefictiongenre. In sciencfiction worden toekomstbeelden verbeeld met verzonnen technologische vooruitgang en wetenschappelijke ontwikkelingen. Southland Tales gaat over tijdreizen en in de film wordt een toekomstplaatje geschetst over het einde van de wereld. Het gaat hier over een toekomstige wereld waarin terrorisme wordt bestreden door een strikte controle uit te voeren.      Shaviro stelt echter dat Southland Tales de toekomst niet voorspelt, maar een toekomst beschrijft die nog verborgen is maar wel mogelijk werkelijkheid kan worden. Hij benadrukt dat de term ‘futuristisch’ niet een objectieve categorie is, maar een beeld of gedachte die al in het heden aanwezig is. Er wordt altijd gezegd dat het verleden ons achternazit, maar ook de toekomst jaagt ons achterna met zijn hoop en gevaar, en dreigende transformaties. Representaties van potentiële toekomstbeelden zijn dus geheel afhankelijk van de huidige samenleving. De ideeën die in het heden heersen hebben een grote invloed op het toekomstbeeld dat nu in media geschetst wordt.     In de jaren ’30 en ’40 bijvoorbeeld was de wereld totaal in de ban van totalitaire regimes zoals het nazi-Duitsland van Adolf Hitler. In 1949 werd 1984 gepubliceerd, geschreven door George Orwell. Het beschrijft een wereld van het toekomstige 1984 waarin totalitaire regimes aan de macht zijn. De uitspraak ‘Big Brother is watching’ werd in dit boek geïntroduceerd; de grote broer staat hier voor overheden die absoluut gezag hebben.      Ook de film 2001: A Space Odyssey, gemaakt in 1968, schets een beeld van de toekomst. Ook hier is de invloed van de tijd waarin de film is gemaakt duidelijk merkbaar. In de jaren ’60 brak er een roerige periode aan waarin ruimtevaartontwikkelingen elkaar rap volgden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een dergelijke film zoals 2001: A Space Odyssey in 1968 geproduceerd werd, waarin ruimtemissies worden verbeeld.

Anna Sophie Torn » Week 3 » Gregory Bateson

“The victory over self.”

Wat is het ‘zelf’? En wat is zelfkennis? Bateson stelt dat alle organismen een door evolutiegecreëerd zelf hebben ontwikkeld. Hij illustreert dit aan de hand van een voorbeeld over een hond. Want heeft de hond zelfkennis? En zou deze zonder eventuele zelfkennis ook een konijn achternajagen? Bateson stelt dat elk organisme een blauwprint in zich heeft die geëvolueerd is en die verschillende vormen van relaties mogelijk maakt. Wij hebben een innerlijk geweten dat ons helpt in interacties. Hij heeft het over relaties tussen verschillende diersoorten en tussen mens en dier. Dolfijnen bijvoorbeeld weten hoe ze met mensen om moeten gaan; ook hier ziet Bateson patronen van interactie. Elke diersoort heeft zijn eigen karakter, maar dit gaat samen met de interactiepatronen die over miljoenen jaren door evolutie zijn gevormd.      Het overwinnen van blokkades die door jezelf, door je psyche, zijn opgeworpen, is dan ook heel complex. Het betekent in sommige gevallen immers het overwinnen van miljoenen jaren van evolutie. Bateson heeft het over topsporters die alles uit hun lichaam moeten halen, en misschien is het mentale onderdeel daarbij wel het moeilijkst. Want wanneer topsport wordt beoefend, wordt het lichaam tot het uiterste gedreven. Met klagende pijntjes schreeuwt het lichaam om rust. Door niet te luisteren kunnen grenzen verlegd worden en het ‘zelf’ overwonnen worden.      Ook Rotman spreekt over het ‘zelf’. Het ‘zelf’ is afhankelijk van de manier waarop wij media waarnemen: serieel en/of parallel. Oudere vormen van media, zoals klassieke muziek of tekst, nemen wij op een seriële manier waar: lineair. Tegenwoordig worden media meer op een parallelle wijze waargenomen: wij hebben de mogelijkheid te kijken en te luisteren naar verschillende media tegelijk. Met computers zijn er bijvoorbeeld meerdere vensters tegelijk te openen. Deze manier van waarnemen heeft ook ‘het zelf’ veranderd en zo is er een nieuw soort mens…

Anna Sophie Torn » Week 4 » John Ruskin

“Imperfection is in some sort essential to all that we know of life. It is the sign of life in a mortal body, that is to say, of a state of progress and change. Nothing that lives is, or can be, rigidly perfect; part of it is decaying, part of it is nascent.”

Lars Spuybroek haalt dit citaat aan in zijn artikel over gotische architectuur. Hij noemt verschillende begrippen die Ruskin aan deze vorm van architectuur toebedeelt. De eerste term is ‘savageness’ wat ‘wildheid’ kan betekenen. Hij legt dit uit aan de hand van de werkers met grove handen die de mooie figuren van de gotiek vormgaven. Het is mogelijk dat deze arbeiders foutjes maken, maar dat is juist wat de gotiek zo mooi maakt, aldus Spuybroek.      Een andere vorm van imperfectie is te vinden in taal. Félix Guattari heeft zijn bedenkingen bij taal als een universalistisch systeem. Een woord bevat geen betekenis, maar aan een woord wordt betekenis toegekend. Taal zal dus pas werken in een bepaalde situatie of context. Taal is niet perfect in die zin dat taal niet voldoet aan een universalistisch systeem: taal als middel om te communiceren is alleen werkzaam als de betekenis begrepen wordt. Een dialect is bijvoorbeeld een vorm van taal waarin juist niet aan deze universalistische regels gehouden wordt. In het geval van taal maakt dit imperfectie dus als een tegenhanger van universaliteit.      Ook Bernard Cache heeft het in zijn artikel over geografie over universalistische ideeën. Hij vindt dat we af moeten van de tegenstelling van ‘binnen’ en ‘buiten’ en hiermee gaat hij dus in tegen de heersende ‘perfecte’ ideeën.      Vanuit imperfectie als tegenhanger van universalisme kan een koppeling gemaakt worden met wetenschap in het algemeen. Ik ben namelijk van mening dat wetenschap gezien wordt als universalistisch terrein waarin kennis als allesbepalend wordt ervaren. Ik vind dat een groot gebrek, aangezien ook wetenschap imperfecties in zich heeft. Wetenschap is niet objectief; wij nemen immers elk waar vanuit ons eigen perspectief. Daarnaast moet ook niet vergeten worden dat wetenschap vroeger veelal bedreven werd door blanke mannen, wat ons ook weer een eenzijdig perspectief op…

Anna Sophie Torn » Week 5 » Jean Eustache

“Once the camera starts to turn, cinema makes itself.”

Deze uitspraak is afkomstig van de franse filmmaker Jean Eustache, geciteerd door Rodowick in zijn boek The Virtual Life of Film. Rodowick gebruikt dit citaat om te illustreren hoe media zich ontwikkelen. Deze zin impliceert dat media ‘agency’ hebben. Media zouden zich dus automatisch verder ontwikkelen en uit zichzelf een boodschap, zoals een afbeelding, overbrengen. Tot op zekere hoogte is dat ook inderdaad zo. In fotografie bijvoorbeeld is er sprake van een aantal zelfgerealiseerde processen, bijvoorbeeld de organisatie van gereflecteerd licht door de lens, de registratie van de tijdsduur van de sluiter en de reactie van fotosensitieve chemicaliën op licht. Rodowick benadrukt dat hij fotografie ziet als een combinatie van deze zelfrealiserende processen van fotografie en de acties van de fotografen zelf.      Naast het erkennen van dit soort handelingsvrijheid van het medium zelf, wijst Rodowick er ook juist op dat media gehanteerd moeten worden als culturele en historische constructies. De materiële structuur van het medium bepaalt niet zijn ‘essentie’ en deze essentie limiteert ook zeker niet de mogelijkheden van het medium, zo stelt Noël Carroll. Carroll zegt dat een medium niet een specifiek doel heeft. Het is belangrijk te benadrukken dat de wensen en de verlangens van gebruikers het medium vormgeven; hierdoor gaat het medium steeds opnieuw een stadium van ontwikkeling door. Een goed voorbeeld hiervan is de mobiele telefoon. Dit medium is immers oorspronkelijk ontwikkeld om mobiel te kunnen telefoneren. Inmiddels is het uitgegroeid tot een soort mobiele computer waarop zelfs internet mogelijk is.      Daarnaast is het ook noodzakelijk de tijd waarin de uitspraak is gedaan in gedachten te houden. Het medium van fotografie ontwikkelde naar bewegende beelden, naar film. Vanzelfsprekend krijgt het medium van film dan een imago van automatisch: uit zichzelf bewegende beelden. In die tijd was film voor toeschouwers dus wel degelijk een medium met…

Anna Sophie Torn » Week 6 » Stanley Cavell

“In live television, what is present to us while it is happening is not the world, but an event standing out from the world. Its point is not to reveal, but to cover (as with a gun), to keep something on view.”

Stanley Cavell deed deze uitspraak in zijn boek The World Viewed, een boek over de ontologie van film. Cavell zegt hier dat live-televisie televisie is waarbij een gebeurtenis naar voren wordt geschoven, het zijn beelden waaraan wij niet kunnen ontkomen. Deze uitspraak zet mij aan het denken, want ik vraag mij af of mensen door het live-aspect in televisie meer aan de buis gekluisterd zijn. Gezien de uitzending van de dood van Diana of het meer recentere Voice of Holland bijvoorbeeld, ben ik er bewuster van geworden hoe machtig het medium van televisie is.      Rodowick heeft het in zijn boek over de verschuivingen die plaats hebben gevonden in de tijd dat media gedigitaliseerd werden. Nieuwe media hebben ons een nieuwe ontologie en een nieuwe perceptie gebracht. Dit betreft niet alleen kwaliteit en gemak van het medium, maar doordat beelden nu opgeslagen worden door algoritmische functies is het namelijk ook mogelijk de informatie over de hele wereld te verspreiden en de beelden te manipuleren.      De macht van media is terug te zien in de manier waarop sommige mensen een bepaalde bekendheid verwerven door bijvoorbeeld televisie. Net als live-televisie wordt de betreffende persoon als het ware aan het licht gebracht. Het hoeft hier niet per se meer te gaan over het hebben van talent, het is vooral van belang media-aandacht te krijgen. Paris Hilton bijvoorbeeld is op deze manier wereldberoemd geworden. Voor musici is het onmogelijk aan de top te komen zonder goedwerkende PR. En voor de politieke partij van Geert Wilders lijkt media-aandacht een strategie om aan stemmen te komen.      Ik ben van mening dat wij door de digitalisering van onze cultuur en daarmee de snelheid van onze huidige maatschappij steeds meer worden onttrokken van kwaliteit en werkelijkheid. Nieuwe media doen alsof: ze representeren niet, maar zijn de vertalers…

Anna Sophie Torn » Week 7 » Marianne van den Boomen

“Creativity often lies in thinking and linking out of the box, connecting with something not (yet) embedded in the system.”

Van den Boomen heeft het in dit citaat over het begrip ‘remediatie’. Ze definieert dit begrip niet als een ontologische staat van een object, maar ze beschrijft remediatie als een altijd doorgaand proces. Hierin worden steeds weer kenmerken of inhoud van andere (oudere) media toegevoegd aan media die op deze manier transformeren tot nieuwe media. Met ‘thinking and linking out of the box’ bedoelt ze dan ook het zoeken naar potentialiteiten buiten het medium zelf die betrokken kunnen worden in het betreffende medium.      Creativiteit is het scheppen van iets nieuws. Deze definitie past bij het begrip ‘remediatie’ maar is natuurlijk ook de motor voor nieuwe ontwikkelingen in bijvoorbeeld kunst, wetenschap en politiek. Bij kunst blijkt dit uit het ontstaan van nieuwe moderne kunstvormen doordat kunstenaars telkens weer de grenzen van het medium opzoeken. Dit is bijvoorbeeld ook het geval in het artikel van Mackenzie. Hij heeft het over softwarecodes die een nieuwe functie krijgen: code fungeert als kunst. Ook hier wordt dus weer ‘out of the box’ gedacht, aangezien softwarecodes een nieuwe functie krijgen toebedeeld: technische transgressie.      In onze huidige maatschappij is communicatie altijd en overal mogelijk: media zijn overal. Bedrijven hebben zo nieuwe manieren gevonden om hun producten aan de man te brengen. Maar niet alleen de bereikbaarheid van deze informatie is van belang, ook de content is een belangrijk element in de communicatie. ‘Out of the box’ zoeken producenten naar nieuwe creatieve manieren om de producten te verkopen. Tegenwoordig spelen zij steeds meer in op de gevoelens van consumenten, waaronder het opwekken van angst een belangrijke is. Reclames over antirimpelcrèmes bijvoorbeeld spelen in op de angst om ouder te worden, reclames over nieuwe ‘gadgets’ op de angst om er niet bij te horen of achter te lopen en reclames over hygiënemiddelen op de angst om af te…

Anna Sophie Torn » Week 8 » Greg McInerney

“[…] another species may in fact be a specific requirement of the fundamental niche, as a resource.”

In een interview van Emmott et al. wordt met vier wetenschappers gesproken over milieu en zijn problematiek, zoals bijvoorbeeld klimaatverandering. Greg McInerney, gespecialiseerd in populaties en hun leefgebieden, deed bovenstaande uitspraak in dit interview over nieuwe ecologieën (New Ecologies). Hij definieert het begrip ‘niche’ als het leefgebied van een organisme. In zijn citaat heeft hij het over een leefgebied van een organisme waarin organismen buiten dit leefgebied betrokken worden; op deze manier verandert de niche dus.      Deze uitspraak lijkt ook te zijn gedaan door Marianne van den Boomen. Zij heeft het niet over processen van biodiversiteit, maar gebruikt een soortgelijke definitie voor het begrip ‘remediatie’. Ook bij het remediatieproces worden potentialiteiten van andere media betrokken waardoor er een nieuw medium ontstaat. Heel treffend in deze vergelijking is het gebruik van het woord ‘niche’. Van den Boomen benadrukt in haar artikel dat een medium niet een bepaalde ontologische staat is maar een altijd voortgaand proces. Hier is ‘niche’ dus, met als betekenis leefgebied, een passende omschrijving.     Als we deze vergelijking nog verder doortrekken en ook de rest van het artikel bekijken, kunnen we ook ‘ecologie’ koppelen aan ‘media-ecologie’. Jussi Parikka stelt immers dat de ideeën over ons milieu ook aan media-ecologieën zijn toe te schrijven. Het individu staat, net als het medium, in verbinding met de omgeving, in verbinding met zijn (media-)ecologie. Milieus staan niet op afstand, maar verwikkelen zich met lichamen.      Het artikel van Gilles Deleuze betreft verschillende inrichtingen van de maatschappij. Het gaat hier dus vooral om cultureelgevormde milieus in tegenstelling tot de natuurlijke ecologieën waar Emmott et al. het in hun interview over hebben. We zien wederom dat alle elementen met elkaar in verbinden staan: de maatschappij vormt het dagelijks leven van het individu en op zijn beurt heeft de mens invloed op de inrichting van de…