You are here: Home » Base »

Transcoding (volgens Manovich)

Transcoding (volgens Manovich)

In het boek “The virtual life of film” van Rodowick wordt Manovich aangehaald. Manovich hanteert de volgende definitie van het begrip “transcoding”:

transcoding is een proces waarbij alle voorgaande culturele vormen worden onderworpen aan de ontologie, epistemologie en de pragmatiek van de computer. Om nieuwe media te begrijpen moeten we naar de computerwetenschap kijken. Cinema en zijn voorgeschiedenis is volgens Manovich evenzeer de voorloper van nieuwe media als computers en hun voorgeschiedenis dat zijn: het een kan niet begrepen worden zonder het ander.

Discussion

  1. Mirror Image Anonymous Anonymous zegt:

    Volgens mij maak je een vertaalfoutje. Ter aanvulling:

    Rodowick haalt Manovich aan rondom de vraag wat nieuwe media nu werkelijk zo nieuw maakt, want Manovich ziet de huidige ontwikkelingen qua computergebruik als het samenkomen van twee parallelle geschiedenissen die beginnen in 1830. Allereerst is er de daguerreotypie als het startpunt van fotografie (en andere tijd-gerichte media), daarnaast noemt hij de eerste ‘computer’-experimenten van Babbage en Lovelace. Nieuwe media zijn in Manovich optiek simpelweg ‘vertaalde’ oude media, nu met de computer te manipuleren en via elektronische schermen te bereiken.
      Nu komen we dus bij ‘transcoding’: letterlijk het hercoderen van data tot een ander ‘bestands’type. Voor Manovich omvat dit woord het proces waarin alle voorgaande culturele verschijningsvormen worden !onderworpen! aan de ontologie, epistemologie en pragmatiek van computers. De oude culturele vormen zijn dus niet de basis van huidige computergebruiken (behalve de convergentie van eerdergenoemde geschiedenissen; bijvoorbeeld radio als medium valt daar echter buiten), maar worden juist aan deze nieuwe conventies onderworpen – een al iets minder teleologisch uitgangspunt.
      Deze convergentie maakt tot slot inderdaad dat ‘nieuwe’ media niet begrepen kunnen worden zonder begrip van ‘oude’ media als cinema, en vice versa. Er is immers sprake van een wederzijdse beïnvloeding (of zelfs afhankelijkheid). Manovich is overigens nog extra relevant voor Rodowick, omdat hij de rol van cinema als ‘cultureel interface’ benadrukt – cinema heeft dus een duidelijk stempel gedrukt op de vormgeving, maar ook het begrip van nieuwe digitale technologieën. Wel plaatst Rodowick nog enige kanttekeningen bij Manovich’ visie, maar dat wordt waarschijnlijk te uitgebreid.

Leave a Reply





Notify me of follow-up comments?