You are here: Home » Base »

Image photograph

Image photograph

Image photograph

 


Omdat images dus
afbeeldingen in de brede zin van het woord alles kunnen afbeelden zou het
daarmee te kort door de bocht zou zijn om te stellen dat een foto de
‘werkelijkheid’ representeert. Hier komen we later op terug, eerst een poging
tot een beschrijving van ontwikkelingen die belangrijk zijn geweest bij het
ontstaan van het proces fotografie.

             Het
maken van afbeeldingen is een menselijke gewoonte die mogelijk zo oud is als de
mens zelf. Het principe van ‘afbeelden’ ligt dan ook ten grondslag aan het
latere ‘fotograferen’. Nu is het onmogelijk, onjuist en daarmee onwenselijk om
een teleologische geschiedschrijving te schetsen van de ontwikkelingen die het
‘afbeeldingsproces’ heeft doorgemaakt in de geschiedenis. Wel zijn er een
aantal theorieën die interessant zijn om aan de hand van een aantal
ontwikkelingen te benaderen.

             Een
van de eerste ontwikkelingen die van belang is een schildertechniek. Rond werd
schilderkunst vaak nog gebruikt als een kunstvorm die de werkelijkheid zo dicht
mogelijk benaderde. Belangrijk is daarbij op te merken dat het idee van
‘werkelijkheid’ daarbij niet direct beteken dat er enkel ‘zichtbare’ dingen
werden geschilderd. Afbeedingen van de ‘hel’ en ‘hemel’ waren, en zijn voor
sommigen, zeer werkelijk ondanks dat deze afbeeldingen ontsprongen van de
fantasie van de schilder. Desalniettemin was de schilderkunst een kunstvorm
waarbij het idee van de werkelijkheid zo trouw mogelijk werd afgebeeld.

             Van
alberti’s window, een schildertechniek die het mogelijk maakte om diepte en
perspectief op het doek te brengen. Dit was een revolutie in de zin dat het
geschilderde de ruimtelijke ervaring nu beter benaderde en een groter
‘echtheidsgevoel’ teweeg kon brengen. Later kwam de camera obscura een techniek die ook werd gebruikt door schilders
voor het weergeven van de werkelijkheid. Camera
obscura
is Italiaans voor ‘donkere kamer’ een titel die is afgeleid van het
werkingsprincipe waarbij er in een donkere doos een gaatje werd gemaakt
waardoor het licht naar binnen viel. Dit kon op een glasplaat zijn waardoor de,
zij het op zijn kop, gezien kon worden.

             Deze
ontwikkelingen zijn opvallend omdat het gaat om situaties waarbij de
‘werkelijkheid’ zoals we die kunnen zien steeds beter weergegeven kon worden.
Die eigenschap zorgde in veel gevallen dan ook voor een lovend onthaal van de
nieuwe technieken en dit doet vermoedend dat het waarheidsgetrouw afbeelden
hoog in aanzien stond/staat.

              Toen
er rond 1800 het idee van lichtgevoelig materiaal werd ontdekt is de
ontwikkeling van feitelijke ‘foto-graveren’ begonnen. De eerder aangehaalde camera obscura werd uitgerust met een
plaat lichtgevoelig materiaal waardoor het licht dat door het gat in de doos
kwam op deze plaat viel. Bij dit proces werd er een inscriptie gemaakt op het
lichtgevoelig materiaal maar om praktische redenen waren dit nog geen
duidelijke afbeeldingen. Het lichtgevoeligmateriaal reageerde immers ook op het
licht dat erop scheen nadat het uit de camera
obscura
werd verwijderd.

             Dit is later opgelost door andere stoffen te gebruiken. Hierdoor kon er een situatie worden gecreëerd waarbij er daadwerkelijk een zekere ‘gravering’ van het materiaal plaatsvond door het invallende licht. Vanaf dit moment wordt het afbeelden van de werkelijkheid door middel van het gebruik van lichtgevoelig materiaal bijzonder interessant. Want met deze ontwikkelingen ontstonden ook nieuwe visies op het ‘weergeven van de werkelijkheid’. Dit is ook niet verwonderlijk want waar eerst de hand van de schilder nog altijd een tussenkomst bood was er nu een zogenaamd ‘objectief’ (niet voor niets een benaming van een belangrijk onderdeel van de camera) instrument om de visuele wereld mee vast te leggen. Zodoende is het fotografische beeld zelf wetenschappelijke kwaliteiten toegeschreven en de camera in lijn geplaatst met andere ‘vertalers’ van de werkelijkheid, bijvoorbeeld de thermometer.

             Rond
1870 was het maken van foto’s dermate ontwikkeld dat er een belichtingstijd van
minder dan een seconde nodig was voor het maken van een foto. Toen in 1889
celluloid werd gebruikt om negatieven op af te drukken kwam langzaamaan de
filmprojectie en cinema duidelijker in beeld. Dat hier vele generalisaties mee
worden gedaan en stukken geschiedenis overgeslagen is helaas nodig om deze
tekst in te perken. Hierna werd op verschillende plaatsen een start gemaakt met
een begin van de ‘moderne film’.

             Belangrijk
in het licht van de cursus is de verschuiving die Rodowick aanduidt in zijn
boek. Hij behandeld de huidige situatie van het beeld dat steeds verder
gedigitaliseerd wordt. Dit met als gevolg dat de “bevoorrechte positie van
fotografisch beeld ten opzichte van ‘indexicaliteit’” vervaagt. Immers worden
lichtstralen niet meer gebruikt voor een vorm van ‘gravering’ waarmee een
causale relatievorm kan worden waargenomen. Wel is er sprake van ‘codering’ van
lichtintensiteit en kleurvormen naar de digitale code van de computer. Dit
zorgt voor een bijzondere nieuwe situatie waarbij volgens Rodowick alle media
worden ‘nagebootst’ door de computer. Een mooi voorbeeld hiervan is het openen
van een Jpeg bestand in een tekstverwerker. Deze ‘fotografische’ bestandsvorm
is een codering van beeld. Maar wanneer deze wordt geopend in een
tekstverwerker is een andere decodering zichtbaar dan een ‘plaatje’, namelijk
de code van nullen en enen(en wat al dan niet meer).

Discussion

Leave a Reply





Notify me of follow-up comments?