You are here: Home » Base »

Experimentele filosofie

Experimentele filosofie

Over filosofie hebben we het bij deze studie vaak genoeg gehad, maar experimentele filosofie, dat is nieuw. Het ondervraagt mensen en is op zoek naar universele intuities. Hieronder een duidelijke uitleg van dit vakgebied:

De naam “experimentele filosofie” is nogal misleidend. De discipline probeert niet, zoals bijvoorbeeld de natuurwetenschappen, door in te grijpen in de gang van zaken in de natuur tot nieuwe inzichten te komen. Wat de experimentele filosofie doet is mensen ondervragen. Zo probeert men universele intuïties op te sporen, menselijke overtuigingen waar iedereen stilzwijgend van uitgaat. De discipline is vooral geïnspireerd door het zogenaamde “trolley problem”, bedacht door de onlangs overleden filosofe Philippa Foot, waarbij mensen werden geconfronteerd met vragen als: U loopt langs een spoorweg en ziet in de verte een op hol geslagen rijtuig aankomen. Verderop zijn vijf kinderen op het spoor aan het spelen. Die zullen ongetwijfeld gedood worden, want de trein kan niet op tijd stoppen. Op een ander spoor is spoorwegwerker tussen de rails bezig met onderhoud. Vlak bij is een wissel met een hendel. Als u die om zet zal de trein het spoor oprijden waar de spoorwegwerker bezig is. De vijf kinderen zullen dan overleven, maar de werker zal dan omkomen. Zou u de hendel overhalen om levens te sparen?

Wat deze vraag doet is intuïties testen om na te gaan in hoeverre ze aansluiten bij filosofische standpunten, met name in de ethiek. Volgens de plichtethiek, zoals die is geformuleerd door Immanuel Kant in zijn categorisch imperatief, maak je je door in te grijpen schuldig aan medeplichtigheid aan een verkeerde situatie, en laad je daarmee de verantwoordelijkheid op je voor de dood van die spoorwegwerker. Maar volgens het utilitarisme van Bentham eist de ethiek dat je hier ingrijpt om het leed zoveel mogelijk te beperken. Door mensen dit dilemma voor te leggen, kun je nagaan op welke intuïties onze ethiek berust. Daarbij is het vooral van belang hoe universeel die intuïties zijn. Want als verschillende mensen er verschillend over denken, is zo’n intuïtie niet iets dat kenmerkend is voor hoe mensen in elkaar zitten. Filosofie wordt dan opgevat als de discipline die onze menselijke intuïties rationeel onderbouwt, en daarmee duidelijk maakt hoe mensen denken.

Een ander onderwerp voor experimenteel-filosofische studies is de vraag naar qualia, respectievelijk (zelf)bewustzijn. Reductionistische filosofen beweren dat die begrippen geen causale effecten hebben, maar hoogstens epifenomenen zijn van fysische processen die in de hersenen plaatsvinden. De Australische filosoof Frank Jackson probeerde dat te testen met het volgende gedachte- experiment: Stel je een meisje voor, Mary, dat vanaf haar geboorte wordt opgesloten in een kamer met enkel wit en zwart als kleuren. Ze groeit daar op, en krijgt daar alle boeken die gaan over perceptie en kleurenleer ter beschikking, maar uitsluitend in zwart-wit. Omdat ze intelligent is, slaagt ze erin zich de stof van die boeken volledig eigen te maken. Dan wordt ze op haar achttiende vrijgelaten en loopt de wijde wereld in, met al zijn kleuren. Zegt ze dan: “ik zie niets nieuws, want alles wat hier te zien is wist ik al uit de boeken.”. Of zegt ze: “Oh, is dat nu hoe kleuren er echt uitzien?”. De algemene intuïtie is dat ze het laatste zal zeggen. Blijkbaar denken we dat er naast de wetenschappelijke beschrijving van fenomenen ook nog iets is als hoe het is om die fenomenen te ondergaan. Met andere woorden: qualia zijn onderscheidbare entiteiten met een eigen causale werking.

De grote vraag bij dit alles is: zijn het onze intuïties die beslissen wat filosofisch correct is en wat incorrect? Dat is de vraag waarover tegenwoordig heftig wordt gediscussieerd. Maar eigenlijk is die kwestie al beslist door Immanuel Kant, in zijn “Kritik der reinen Vernunft”, waarin hij poneert dat de objecten zich naar het subject richten, en niet andersom. Om vast te stellen waarop de metafysica berust moet je dus dat subject ondervragen. Wat zijn de a priori’s van ons wereldbeeld? Wat houden ruimte, tijd en causaliteit precies in? Voor een antwoord op die vragen kun je alleen bij je intuïtie te rade gaan. En de algemene intuïtie in deze is dat we leven in een driedimensionale wereld, met een eendimensionale tijd. Dat is waar ons wereldbeeld op berust, en niet op een abstract ‘zijn’ van de wereld op zichzelf. Eigenlijk was Kant een van de eerste die zich met experimentele filosofie bezig hield.

Een interessant artikel uit de New York Times is ook echt een aanrader om te lezen, te vinden via http://www.nytimes.com/2007/12/09/magazine/09wwln-idealab-t.html

Discussion

Leave a Reply





Notify me of follow-up comments?