You are here: Home » Base »

Recent Comments

Recent Comments

Anonymous says:

& het is een vrouw ;)

Anonymous says:

Hierop voortbordurend vraag ik me af in hoeverre Rodowick kan spreken van het einde van de ‘film’ in de eind jaren ‘80. Als hij veronderstelt dat Remediation weinig zorgvuldig is dan is het wellicht onzorgvuldig een eindpunt toe te kennen aan film. Ik vind dat film nog wel degelijk ‘bestaat’, maar dan in een geremedieerde vorm. Kenmerken van de fotografische filmweergave zoals vroeger komen terug in het huidige digitale tijdperk van film.

Ik ben het met Rodowick eens als hij zegt dat film, zoals film vroeger op basis van fotoprojectie werd gemaakt, een gepaseerd station is. Echter compleet historisch is het niet omdat de huidige film nog steeds filmkenmerken van vroeger bevat. Denk bijvoorbeeld aan de opnames van films, dat gebeurt nog steeds met camera’s. De projectie is daarentegen veranderd.

Anonymous says:

Mee eens.

Anonymous says:

Een derde vorm van een beeld regime is ‘the neuro-image’. Southland Tales is hier een goed voorbeeld bij. Southland Tales gaat een aparte relatie met de kijker aan, door de bevreemdende kenmerken van de film. Er is bij de neuro-image sprak van een directe wisselwerking tussen de verwarring van de hoofdpersonages en de kijker die zich met de hoofdpersoon identificeert. Deze wisselwerking wordt bemoeilijkt door het geheugenverlies en de ontwrichting van de personages; dit loopt parallel met het heersende gevoel van onrust dat kenmerkend is voor onze hedendaagse maatschappij.

Anonymous says:

Interessant punt om de universele waarden in talen aan te halen. Zoals je zelf al aandraagt is niet iedereen het eens met deze theorie dat er universele kenmerken zijn die in alle talen ter wereld voor komen. Alleen al klanktalen ontkrachten de bewering voor het universele kenmerk van het werk- of zelfstandignaamwoord al. Slechts een taal zonder werkwoorden ontkracht de theorie. Het lijkt onvoorstelbaar, maar mensen kunnen zeer divers zijn als zij zich moeten uitdrukken.

Een reëler idee omtrent gedeelde kenmerken vind je in het concept van de Sprachbund waarbij een aantal talen betrokken is en een x-aantal kenmerken gemeen heeft. Deze kenmerken hoeven dan weer niet in alle talen voor te komen. Waar het wel de maken mee heeft zijn talen die met elkaar in contact komen en zo elkaar beïnvloeden. Het hoeft dan niet om talen te gaan die uit dezelfde taalfamilie afkomstig zijn.

Anonymous says:

Volgens Massumi zorgt affect voor een verhoogde paraatheid. Een goed voorbeeld hiervan is een vliegtuig dat gekaapt wordt. Als iemand opstaat en roept ‘Ik heb een bom!’ weten alle inzittende van het vliegtuig dat het vliegtuig gekaapt wordt. Ook al hebben ze het misschien zelf nog nooit meegemaakt, ze weten dat dit kan gebeuren; ze staan open voor de mogelijkheid. Het feit dat er een bom in het vliegtuig aanwezig kan zijn zorgt voor affect en doet een poging om mensen te raken.

Hierbij kan ook weer worden gedacht aan Guattari en wat hij bedoelde met ‘the order word’. ‘Bom’ is in dit geval een order word want het geeft een orde aan. De spreker is nu de kaper van het toestel, de inzittende passagiers zijn de gekaapten en het vliegtuig wordt een gevangenis. En dat allemaal door het woord ‘bom’.

Anonymous says:

Aanvulling op de uitleg over het kleurenspectrum:

Interessant aan Massumi is dat hij altijd met platte voorbeelden komt. Een voorbeeld hiervan: na 9/11 was er de behoefte om terroristische dreigingen in kaart te brengen. Het probleem met deze dreiging is dat het slecht zichtbaar is (terrorisme). Er wordt enorm veel over gesproken, maar je weet niet waar ze daadwerkelijk zijn. Er is toen een kleurenspectrum ontwikkeld die deze terroristische dreiging weergaf. De laatste jaren wordt de dreiging tussen de kleur oranje en geel aangemerkt, je krijgt nooit te horen dat de dreiging groen is (en dus een laag risico weergeeft). Er zal nooit sprake van ‘geen terroristische dreiging’ zijn. De onderste laag van dit spectrum blijft namelijk steken op ‘low risk’. ‘No risk’ komt er niet in voor.

Massumi zegt dat er vanaf nu altijd een dreiging aan te merken is. Dit gaat hij analyseren. Hij vraagt zich af wie dit zegt en wie hier spreekt. Het is wat televisie, televisie maakt. Deze dreiging kan ook alleen met behulp van het medium televisie werken. De kleuren vertellen ons niets over de bron, of hoe we weten hoe ‘hoog’ de dreiging is. Het hele kleurenveld geeft geen enkele vorm van informatie weer. Er wordt niets gezegd over het eventuele gevaar wat gaat komen of over de wijze waarop het lichaam geïrriteerd wordt.

Massumi schreef ook veel over angst. Wat is angst precies? Wat voel je dan in je lijf? Er moet iets gaan gebeuren, je moet alert zijn en opletten. Dit kleurenspectrum drukt angst uit, zonder dat het informatie bevat of dreiging uitdrukt. Het kleurenspectrum is dan ook iets aparts. Waar is het precies op gebaseerd en wat drukt het nou uit? Dat moeten we onszelf gaan afvragen. Er vindt namelijk op geen enkele wijze een verwijzing of verband plaats tussen het kleurenspectrum en wat we om ons heen ervaren.

Anonymous says:

Week 7: Mediatie (Van den Boomen)

Naast de begrippen van Bolter en Grusin voegt Van den Boomen nog enkele punten aan het begrip remediatie, wat volgens haar ook mediatie moet heten. Mediatie bestaat volgens haar uit remediatie en demediatie: waar bij remediatie de vormen en andere aspecten van oudere media worden overgenomen, houdt demetiatie vooral in dat het medium als geheel wordt opgenomen in de samenleving en dat het een geaccepteerd onderdeel binnen de samenleving wordt. Bij demediatie wordt dus de aanwezigheid van het medium zelf niet meer opgemerkt.
Ook bespreek Van den Boomen het begrip transmediatie. Transmediatie refereert naar het proces door welke individuen data selecteren en vertalen om het in andere vormen van media te laten zien. Dit kunnen dus meerdere vormen van media inhouden. Transgemedieerde werken zijn dus altijd nauw verbonden aan de semiotiek en technologie in de context van digitale media. Transgemedieerde media zijn vaak ook een antwoord op traditioneel geprinte teksten, of eerder uitgebrachte mediavormen.

Anonymous says:

Prima lemma maar gaat hier vooral over de persoon Deleuze. Ik denk dat in een stuk over hem je zeker niet voorbij kan gaan aan een aaantal theorien van hem, onder andere de theorien van deze week. Deleuze ziet het als probleem dat het model van disciplinary societies een opvolger is van het model van societies of sovereignty, omdat dit model andere doeleinden en functies had. Volgens Deleuze zijn we in een algemene crisis in relatie tot de disciplinary societies. Alle milieus hebben in dit model een vervaldatum.

Miscchien is het ook goed om wat te vertellen over zijn relaties met de door jou genoemde personen (op het gebied van werk) zo is de theorie van deze week gebaseerd op het werk van Foucault.

Anonymous says:

Klopt wat je zegt, want inderdaad heeft een controlemaatschappij de eigenschap dat het grenzen laat vervagen tussen milieus en tot elkaar in relatie staan. Disciplinemaatschappijen daarentegen hebben juist wel de eigenschap dat er losse milieus naast elkaar staan. Echter, enige milieus zijn bepalender dan andere. Dat is een logische ontwikkeling, omdat individuen zich blijven verplaatsen tussen milieus. Kijk maar eens naar scholing. Door ontwikkeling, sluit je de middelbare school af en ga je bijvoorbeeld naar de universiteit. Andere ontwikkelingen laten ook zien, dat sommige milieus totaal verdwijnen. In Nederland is goed te zien, dat bijvoorbeeld de kerk een veel minder invloedrijk milieu is geworden, dan het vroeger was.
Dit bedoelde ik met die zin in de tekst hierboven.

Anonymous says:

Ik denk dat je in deze lemma het begrip ‘Control society’ zoals je het betiteld beter uit moet leggen. Je geeft een heldere kijk op disciplinary societies. Ik zal bij deze proberen ‘control society’ beter te verklaren.

Disciplinaire societies beschrijf je in je lemma als de maatschappij met een wereld van gesloten ruimtes. Mensen worden uit de maatschappij in een gesloten ruimte gestopt om op deze manier een beter mens te worden.
Deleuze haalt hier Foucault aan die beschrijft: dat afgesloten ruimten een productieve kracht vormen binnen tijd en ruimte met een groter effect dan de optelsom van zijn factoren. 
Maar vanaf de 20e eeuw ontstaat het begrip ‘Control societies’. De maatschappij wordt steeds meer een eenheid, waarin iedereen gecontroleerd wordt. Eerst werd er per gemeenschap controle over kleinere groepen mensen uitgeoefend maar nu komen er regels die voor het hele netwerk gelden.
Deleuze geeft aan dat de huidige maatschappij in een overgangsproces van een disciplinaire societies naar control societies zit. Controle gaat domineren en grenzen tussen de verschillende gesloten instituten verdwijnen. Er ontstaat een corporatie in plaats van een gesloten eenheid. 
Aldus Deleuze:  “The numerical language of control is made of codes that mark access to information, or reject it. We no longer find ourselves dealing with the mass/individual pair. Individuals have become “dividuals,” and masses, samples, data, markets, or “banks”.
Bij control societies speelt de digitale revolutie een grote rol. Alles wordt vertaald naar algoritmes die bestaan uit nullen en enen. Deze controle kan men omschrijven als een cijfermatige code die in relatie staat met informatie.Codes worden geschreven door mensen en er is geen verschil meer tussen apparaten want ze bestaand allemaal uit een chip die beschreven is met codes.
Er kan toegang of weigering tot informatie zijn. Mensen staan onder deze code en zijn subjecten.

Anonymous says:

Met rhizomatisch denken wordt bedoeld dat elke kunstvorm de potentie heeft om een verbinding aan te gaan. Kunst heeft de mogelijkheid om mensen van passief toeschouwer actief deelnemer te maken. Het heeft ook de mogelijkheid om buiten de dominante orde te treden. Het concept rhizoom helpt ons om over kunst na te denken, het wordt gebruikt als conceptueel gereedschap.

Anonymous says:

Interessant om te weten is dat deze stroming opkwam in de Sovjet-Unie, vanaf de jaren ‘20 tot de opheffing van de Sovjet-Unie in 1991. De stroming kreeg na de Tweede Wereldoorlog grote invloed in de DDR en de andere staten van het Warschaupact. Zoals Nadine al zei: Het Socialistisch Realisme propageerde vooral ook dat kunst voor iedereen begrijpelijk moest zijn.

Kenmerken van het socialistische realisme zijn dan ook:
1.  De realiteit moest op herkenbare wijze afgebeeld worden zoals die zich voordoet. Ruimte voor negatieve waarheden was er niet.
2.  Literatuur moest optimistisch en positief zijn, er moest enthousiasme van uitstralen en ze moest vervuld zijn van heldendom.
3.  In de literatuur moest er altijd een positieve held de hoofdrol krijgen,  dit kon een arbeider, een boer, een partijlid of een ingenieur zijn.
4.  De kunst moest duidelijk Sovjet-Russisch zijn, volksverbonden en bovenal begrijpelijk voor het proletarische arbeidersvolk. Ze mocht niet choqueren, en experimentele kunst was uit den boze.

Binnen de architectuur en de beeldhouwkunst vierde het constructivisme hoogtij. Schilderen was voor de constructivisten in de eerste plaats een objectieve studie, een halsstarrig doorvoeren van de strengste vereenvoudiging van de schilderkunstige middelen, tot er ten slotte niets overbleef dan het bekende vierkante zwarte vlak van Malevitsj. Van hieruit werd de schilderkunst vanaf de basis opnieuw opgebouwd. Niet naar subjectieve uitingsbehoeften, maar naar de meest basale mogelijkheden die zijn af te leiden van het zwarte vierkante vlak, de zogenaamde constructivistische of suprematistische elementen. Deze constructivistische elementen zijn bijvoorbeeld: twee zwarte vlakken naast en tegen elkaar, een zwart vierkant recht boven en tegen een ander, enz.

Constructivisme is familie van onder andere de volgende designstromingen en -stijlen:
1.  Futurisme
2.  Tsjechisch kubisme
3.  Dadaïsme
4.  De Stijl
5.  Bauhaus

Anonymous says:

En op YouTube erg makkelijk te vinden hoe je zo’n dergelijke code maakt. (bijv. http://www.youtube.com/watch?v=9xfvCGCQ1ko)

Anonymous says:

Het subject wordt minder in een ruimtelijk en ideologisch gefixeerde‘mal’ gedwongen, terwijl de omgeving zich meer aan hem gaat aanpassen. Dit gebeurt gedurende een constante monitoring door deels overlappende volgsystemen. Dit is wat Deleuze bedoeld met een‘universele modulatie’, een constante vertaling van (deeltjes van) ons gedrag in digitale,kwantitatieve gegevens en de automatische aanpassing van de controlerende instituties daaraan. Met de constante modulatie door de verschillende flexibele volgsystemen wordt de individuele ‘mens’ op het moment van controle gereduceerd tot ‘dividu’. Dividualisering maakt dat onze eertijdse individualiteit verstrooid raakt over een verzameling overlappendedatabanken, om op zekere momenten, afhankelijk van verschillende doeleinden, vaak automatisch geprofileerd te worden.

Anonymous says:

Hierbij is wellicht ook interessant te vermelden dat het individu alleen nog maar een administratief nummertje is dat zijn of haar positie in de massa weergeeft. Deze ‘divuden’ worden worden continu gecontroleerd door het systeem. De ‘dividuals’ wordt aangeleerd dat universitair onderzoek overbodig is en dat alles alleen om de corporaties draait. In plaats van de mensen te genezen wanneer ze ziek zijn, wordt er geprobeerd mensen überhaupt de kans niet te geven ziek te worden door allerlei toevoegingen aan het eten (Omega-3 tegen hart- en vaatziekten bijvoorbeeld). Met deze voorbeelden wil Deleuze dus eigenlijk de crisissen van de instituties weergeven door het nieuwe ‘system of domination’.

Anonymous says:

Bij de verschuiving van de disciplinary societies naar de societies of control, vervagen de grenzen tussen de afgesloten milieus die je noemt steeds meer. Waar de samenleving bij disciplinary societies ingedeeld is met afzonderlijke instituties die de maatschappij draaiende houden, is er bij de societies of control sprake van een web waarin alles in de maatschappij met elkaar verbonden is en iedereen controle uitoefent op iedereen.

Anonymous says:

Ter aanvulling: deze metafoor lijkt op meerdere lagen bruikbaar. De mol leeft in verschillende ondergrondse gangen, daarbij ook verschillende ondergrondse ruimtes aanleggend; vergelijkbaar met de ‘vast spaces of enclosure’ die Deleuze noemt. Een slang daarentegen leeft zelden ondergrond of in gangen, maar blijft aan de oppervlakte. In plaats van losse, duidelijk afgebakende instituten waarin individuen hun leven leiden, hebben we nu dus te maken met een samenleving die als één genetwerkt organisme alle kanten op kronkelt. Van molskolonie tot slangenlijf…

Anonymous says:

Hi Graziella,

Ik begrijp niet goed wat je bedoelt met ‘juist doordat er continue verplaatsingen zijn tussen verschillende milieus, worden milieus van elkaar afgesloten of overgenomen door andere’.

Het concept van de societies of control is juist dat er geen sprake meer is van een ‘inside’ of ‘outside’. De grenzen vervagen, en alles komt met elkaar in relatie te staan. Dus milieus worden niet van elkaar afgesloten, maar komen juist in relatie met elkaar te staan.

Ik wil daarnaast ook nog even een aanvulling doen met betrekking tot de ‘talen’ van beide maatschappijen. De disciplinaire maatschappijen zijn analoog. Elke eenheid kent een eigen taal. Dit hoeft uiteraard niet daadwerkelijk taal te zijn (hoewel het wel kan), een bepaalde dagindeling in een gevangenis is ook een taal. Deze taal werd alleen gebruikt binnen de muren van de eenheid. Bij de societies of control wordt gebruik gemaakt van digitale taal, codes. Je zou het kunnen zien als een revolutie van 0-en en 1-en. Alles is dan ook terug te brengen tot deze 0-en en 1-en, waardoor er geen radicaal verschil meer bestaat tussen media. Een koelkast is hetzelfde als een auto. Het enige verschil zit in de code. Deze taal kent dus geen grenzen, en overstijgt muren van eenheden. Onze hele maatschappij bestaat uit dezelfde taal.

Anonymous says:

Een goede tegenstelling tussen het kleursysteem en het luchtalarm! Het is inderdaad zo dat wij wel weten wat we moeten doen. Een overeenkomst tussen de twee (alarm)systemen is dat we bij beide niet (direct) weten wat de oorzaak is. Bij het kleurcodesysteem weten we niet waarom de kleur verandert en wat er aan de hand is bij een bepaalde kleur. Als het luchtalarm afgaat, weten we ook niet direct wat de oorzaak is. Er is bijvoorbeeld niet voor iedere gebeurtenis een ander geluid. Wat hierop gevonden is, is dat men de televisie of radio aan moet zetten. Hierdoor gebeurt het ‘event’ op de televisie (het eventmedium), zoals dat bij veel urgente kwesties is (zoals je al noemde). Ik vraag me nog af of er met het luchtalarm ook niet een soort angst gecreëerd wordt. Elke maand wordt het geoefend, dus elke maand wordt men eraan herinnerd dat er wat zou kunnen gebeuren. Persoonlijk denk ik hier nooit over na als ik het alarm hoor, maar er zijn misschien wel mensen die over toekomstige gebeurtenissen nadenken. Ik vraag me ook nog af of men in Nederland wel rekening houdt met een eventuele dreigende gebeurtenis. Meer dan de ramen dichtdoen en de radio en televisie aanzetten weet men eigenlijk ook niet. Het is maar de vraag of dat genoeg is bij een luchtalarm.

Anonymous says:

Het panopticon vind ik een bijzonder interessant fenomeen. Hoewel het niet uitgevonden is door Foucault, heeft hij wel de werking hiervan verklaard en in bredere schaal uitgelegd. Iets dat wat mij betreft nog ontbreekt in je omschrijving is het effect dat volgens Foucault bereikt wordt door deze manier van controle. Juist doordat we elk moment gecontroleerd kunnen worden als gevangene, ontstaat er een proces waarin we onszelf gaan disciplineren. Als je altijd bekeken kunt worden ga je daar dus op anticiperen en gedrag vertonen dat wenselijk is. Dit zie je, heel banaal gesteld, bijvoorbeeld al terug wanneer je geen gordijnen hebt in je eigen huis, dan ga je niet in je blote kont rondlopen. In de samenleving zien we dit principe terug in ontzettend veel vormen, kleine dingen die ons disciplineren omdat we niet weten wie er kijkt.

Simpele disciplinerende voorbeelden zijn verkeersdrempels of weten dat je elk moment geflitst kunt worden (wanneer kijken ze?).

Anonymous says:

Volgens van den Boomen is het voordeel van de bredere definitie van remediation (waarbij hetgeen dat geremedieerd wordt dus niet beperkt is tot een medium), dat heel open blijft op welke schaal er sprake moet zijn van transformatie van het geremedieerde, willen we kunnen spreken over remediatie. Het maakt niet uit of deze transformatie op hele kleine schaal plaatsvindt, gedeeltelijk, extreem, of helemaal niet.

Anonymous says:

35mm film is hedendaags nog steeds de manier van filmen waar de voorkeur aan wordt gegeven. In films als Inception is nog veelvuldig gebruik gemaakt van 35mm en zelfs van 75mm, het zogeheten IMAX formaat.

Hier nog een interessant filmpje over de verschillen tussen digitale en 35mm film. Hieruit wordt ook duidelijk waarom veel filmmakers nog zweren bij analoge film: http://www.youtube.com/watch?v=xVAv0Xx6Un8

Anonymous says:

Nog een laatste kleine (mediavergelijkingrelevante) toevoeging:

Het is inmiddels duidelijk dat code, waarover de laatste weken veelvuldig is gesproken, bestaat uit instructies van de programmeur aan de computer. Dit is een heel belangrijk punt wat mijns inziens snel over het hoofd gezien kan worden en zo leidt tot een technologisch deterministische denkwijze over digitale technologieën. Code zelf, of de compiler/computer, heeft geen agency. Het is de programmeur, de mens, die bepaalt wat de computer doet en deze dus als het ware als een werktuig gebruikt.

Nu beland ik eigenlijk op het punt aan dat ik toegeef dat bovenstaand stukje te zwart wit is en dat er wel enige sprake kan zijn van agency, in de vorm van kunstmatige intelligentie. Hier heb ik geen kaas van gegeten, dus ik ben benieuwd wat Sebastiaan hierover denkt.

Anonymous says:

Goed stuk, helder uitgelegd. :-)

Graag wil ik het nog aanvullen door een belangrijk aspect van programmerende te noemen: veranderingen maken in het geheugen. Zoals al genoemd werd bestaat programmeren uit het schrijven van codes, of beter gezegd: instructies. Een instructie, zoals een simpele rekensom 1+1, is haast overbodig wanneer het resultaat ervan niet ergens in wordt opgeslagen. Vandaar dat er bij het programmeren veelvuldig gebruik wordt gemaakt van variabelen. Een variabele is zoiets als een stukje geheugen dat je speciaal reserveert, waar later een waarde aan toegekend kan worden. Klinkt vaag, vandaar dat onderstaand codevoorbeeldje (in een niet-bestaande programmeertaal) het zal verduidelijken.

$leeftijd = vraag(“Hoe oud ben je?”)
laatzien $leeftijd

Er zal weinige technische kennis voor nodig zijn om te zien dat bovenstaande code eerst de gebruiker om zijn/haar leeftijd vraagt en deze vervolgens weer laat zien. Hoe dit gedaan wordt is door gebruik te maken van de variabele $leeftijd. De waarde hiervan wordt bepaald door datgene wat de gebruiker opgeeft. Dit wordt opgeslagen in het geheugen en door het commando ‘laatzien’, krijgt de gebruiker weer deze waarde voorgeschoteld.

Anonymous says:

Helder voorbeeld! :)

Nog even als extra verduidelijking van de term: het gaat hier dus om een icoon-ontologie, oftewel een ‘icontologie’.

Anonymous says:

Je vergeet een woord volgens mij: het gaat om ‘transparent immediacy’. Een directe ervaring op zich (‘an immediate experience’) kan immers ook hypermediaal zijn.

Anonymous says:

Een kleine aanvulling: ‘transparancy’ (transparantie) is volgens mij niet fout, maar het is duidelijker om over ‘transparant immediacy’ te spreken (een transparante onmiddelijkheid). Het idee is immers dat het medium zelf zo transparant functioneert, dat de gebruiker een ‘echte’ ervaring heeft in plaats van zich bewust blijft van het omkaderende medium. Overigens zijn hypermediacy en transparant immediacy volgens Van Den Boomen lang niet zo tegengesteld, maar werken ze juist in elkaars verlengde.

Anonymous says:

Automata zijn als het ware een mix van mens en machine. Zoals hierboven genoemd kunnen ze zelfstandig bewegen. Belangrijk is wel dat er ook een interface en human agency nodig is.
Automata kunnen verschillende doelen hebben. Simulating Life wil zeggen dat de automata een mens na bootsen, zowel stem als uiterlijk. Maar je hebt ook automata als programmable engine, hierbij gaat het om een robot die goed is in één taak, hierbij is uiterlijk secundair.

Anonymous says:

Ook Parikka spreekt in zijn tekst ‘Media Ecologies and Imaginary Media’ over transversaal denken, iets wat misschien nog wel het best naar voren komt bij het niet stellen van een strikte grens tussen natuur & techniek. Parikka beschrijft dat afstand nemen van huidige denkwijzen leidt tot een beter en meer volledig beeld van media. Als voorbeeld noemt hij het ‘Eco Media Project’, een project waarbij men zich verdiepte in de communicatiemiddelen, media, van natuur & dieren om aan de hand hiervan op geheel nieuwe manier naar onze menselijke media te kunnen kijken.
Parikka beschrijft hoe bij dergelijke projecten eens voorbij gegaan wordt aan de scheiding tussen natuur en techniek.

Dit laatste is in lijn met de tekst van Guattari, waarin hij benadrukt dat men bij studie naar media niet enkel binnen één en hetzelfde discourse moet blijven, maar ook ‘outside the box’ moet denken. Guattari stelt dat alle drie de, door hem beschreven, ecologiën van belang zijn wanneer men zich een beeld tracht te vormen van de werking van media.

Zowel Parikka als Guattari trekt geen strikte grens tussen natuur & techniek, puur omdat beide van mening zijn dat deze twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Beide zien het betrekken van de natuur bij mediawetenschappen dan ook leiden tot een beter beeld van media.

Anonymous says:

Je weet in een aantal zinnen duidelijke te maken wat Deleuze bedoelt met zijn concept van ‘Society of Control’. Hoewel duidelijk, denk ik persoonlijk dat jouw lemma nog iets uitgebreider had gekund, omdat Deleuze een aantal dingen in zijn artikel noemt die onmisbaar zijn in zijn visie op de postmodernistische maatschappij. Ik zal een poging wagen:

Zoals je in het lemma noemde ziet Deleuze de maatschappij als een wereld van gesloten ruimtes. Deleuze verwijst naar Foucault die duidelijk heeft beschreven hoe deze afgesloten ruimten een productieve kracht vormen binnen tijd en ruimte met een groter effect dan de optelsom van zijn factoren. Foucault heeft het vooral over de gesloten ruimten in een ‘Disciplinairy Society’, met als voorbeeld de fabriek. Deleuze gaat een stapje verder en legt een verband tussen de meerdere afgesloten ruimten. Volgens Deleuze zit de huidige maatschappij in een overgangsproces van een ‘disciplinairy -’ naar ‘control society’. Hij stelt dat de gesloten ruimten van Foucault overgaan in gesloten systemen die zich niet meer beperken tot een bepaald domein. De grenzen tussen de gesloten systemen vervagen en ze worden onderdeel van een groter geheel waarin controle domineert. De fabriek, die Foucault als voorbeeld aanhaalde, maakt plaats voor de corporatie.

De discipline uit het concept van Foucault wordt vervangen door controle. De controle wordt uitgevoerd middels een getalmatige taal van codes, die toegang tot informatie toestaat of weigert, aldus Deleuze:
“The numerical language of control is made of codes that mark access to information, or reject it. We no longer find ourselves dealing with the mass/individual pair. Individuals have become “dividuals,” and masses, samples, data, markets, or “banks”.”.
Mensen worden subjecten van een deelbaar getal uit een reeks.

Deleuze benadrukt tevens de rol van vermogen en beloning in het nieuwe systeem van controle:
“Of course the factory was already familiar with the system of bonuses, but the corporation works more deeply to impose a modulation of each salary, in states
of perpetual metastability that operate through challenges, contests, and highly
comic group sessions.”.
Volgens Deleuze is wordt de fabriek, die zich richtte op productie van goederen, vervangen door de corporatie, die gericht is op de productie van vermogen.

Anonymous says:

Reagan ontwikkelde een wijze van acteren waarbij er sprake was van ‘a body without an image’. Hij zag zichzelf in de spiegel zonder zichzelf daarbij te herkennen. Hij zag zichzelf als een ander. Op het moment dat er even geen beeld meer is, even geen herkenning is, dan is er sprake van ‘body without an image’. Dit draait om ‘een ander’ waarnemen. Het ontrekt zich aan de intersubjectieve wereld. Kijken we dan naar een goede acteur dan vertelt Massumi het volgende:
- Ruimtelijkheid is proprioception en dat wil zeggen het registreren van condities van beweging die de huid leest als kwaliteiten.
- Cellulair geheugen is viscerality: het registreren van prikkelingen, intensiteiten die door vijf zintuigen worden waargenomen nog voordat het brein dat doet.
- Proprioception en viscerality zijn het medium mesoperceptie: het punt waar vijf zintuigen samen tot vlees worden ofwel sensation. Het ontrekt zich aan de logica van beeld en geluid waar intersubjectieve logica volgens werkt.

Anonymous says:

Daarom geeft van den Boomen een nieuwe interpretatie van het idee van remediation (niet het remediation = hypermediacy + immediacy). Zij geeft een onderscheid aan:

remediation > hypermediacy + icontology > immediacy-by-familiarity

+

demediation > depresentation > immediacy-by-erasure

Overigens moeten we representeren niet verwarren met remedieren, want je kunt een afbeelding representeren, maar remedieren brengt een soort van speelsheid met zich mee.

Anonymous says:

Je geeft eerst aan dat content en het medium niet los van elkaar gezien kunnen worden en dat de content niet geïsoleerd kan worden van het medium en daarna wat er gebeurt als je dat toch doet (wat dus niet kan).

Anonymous says:

Voor mijn gevoel sluit de tekst van Jussi Parikka hier heel goed op aan. Hij heeft het er namelijk over dat niet de techniek, maar de achterliggende machines de veranderingen in de samenleving teweeg brengen. Hij bedoelt hiermee dat bijvoorbeeld de komst van de techniek mobiele telefonie niet hetgeen is wat de maatschappij heeft verandert, maar de manier waarop wij ons tot deze techniek verhouden, de wijze waarop het ons beïnvloed en wij de machine (evenals met de uitvinding van de boekdrukkunst). Wat mij betreft sluit dit aan op het ‘affect’ waar Shaviro het over heeft. We spreken dan bij affect over een bepaald handelingsvermogen van zowel de machine als de mens denk ik (slaat weer terug op folding of agency en op ANT van Bruno Latour).

Anonymous says:

Apparatus heeft een grote invloed op de ervaring die de film teweegbrengt. Met de verandering in de technologie veranderd ook wisselwerking van tussen publiek en medium en dus ook de ervaring. Een analoge film wordt anders opgenomen dan een digitalte film, dit houdt in dat het cinematografisch dispositief veranderd is door de jaren heen. Rodowick schrijft over deze verschuivingen van het medium film in zijn boek ‘the virtual life of film’.
  Daarnaast bespreekt ook Rotman het begrip apparatus, hij betrekt het concept op het gebruik van computers. Rotman stelt dat technologieën die meer serieel georganiseerd zijn (dit is veelal bij media waarbij geletterdheid in grote mate aanwezig is) een ‘lettered self’ creëren, hierdoor ontstaat een gesloten mind. De computer werkt op een andere manier, deze is meer parallel georganiseerd. Voor beide soorten mediavormen zijn andere technologieën sturend en is het ‘apparatus’ verschillend.  De boodschap die overgebracht wordt en de ervaring die we daarmee opdoen is dus anders dan bij een medium dat in mindere mate parallel georganiseerd is. Dit komt doordat de relatie die het medium aangaat met de gebruiker/toeschouwer anders is. Doordat betekenis tot stand kom vanuit de relatie, veranderd dus ook de boodschap.

Anonymous says:

Je kan Dtoren dus zien als onderdeel van een rizoom. De toren staat in relatie tot zijn omgeving, en die connecties geven de toren vorm en betekenis. Dit gaat bij de Dtoren door de vragenlijst die de mensen invullen. Er is net als bij de biologische rizoom geen sprake van een hiërarchische structuur, iedereen die de vrgenlijst invult heeft evenveel invloed op de kleur van de toren als andere mensen die de vragenlijst beantwoorden. Ook biedt het kunstwerk ruimte voor zelfexpressie, omdat je jezelf kan uitdrukken in de kleur van het kunstwerk, bijvoorbeeld omdat de vragenlijst in Doetinchem de kleur bepaalt.

Anonymous says:

http://yusylvia.files.wordpress.com/2010/03/gestalt_illustration-01.jpg

Bij dit lemma kan een voorbeeld natuurlijk niet ontbreken. Op bovenstaande link worden de in het lemma genoemde onderdelen van de gestaltprincipes uitgebeeld. Elke letter uit het woord Gestalt wordt gebruikt om een ander principe te tonen.

Anonymous says:

Volgens mij maak je een vertaalfoutje. Ter aanvulling:

Rodowick haalt Manovich aan rondom de vraag wat nieuwe media nu werkelijk zo nieuw maakt, want Manovich ziet de huidige ontwikkelingen qua computergebruik als het samenkomen van twee parallelle geschiedenissen die beginnen in 1830. Allereerst is er de daguerreotypie als het startpunt van fotografie (en andere tijd-gerichte media), daarnaast noemt hij de eerste ‘computer’-experimenten van Babbage en Lovelace. Nieuwe media zijn in Manovich optiek simpelweg ‘vertaalde’ oude media, nu met de computer te manipuleren en via elektronische schermen te bereiken.
  Nu komen we dus bij ‘transcoding’: letterlijk het hercoderen van data tot een ander ‘bestands’type. Voor Manovich omvat dit woord het proces waarin alle voorgaande culturele verschijningsvormen worden !onderworpen! aan de ontologie, epistemologie en pragmatiek van computers. De oude culturele vormen zijn dus niet de basis van huidige computergebruiken (behalve de convergentie van eerdergenoemde geschiedenissen; bijvoorbeeld radio als medium valt daar echter buiten), maar worden juist aan deze nieuwe conventies onderworpen – een al iets minder teleologisch uitgangspunt.
  Deze convergentie maakt tot slot inderdaad dat ‘nieuwe’ media niet begrepen kunnen worden zonder begrip van ‘oude’ media als cinema, en vice versa. Er is immers sprake van een wederzijdse beïnvloeding (of zelfs afhankelijkheid). Manovich is overigens nog extra relevant voor Rodowick, omdat hij de rol van cinema als ‘cultureel interface’ benadrukt – cinema heeft dus een duidelijk stempel gedrukt op de vormgeving, maar ook het begrip van nieuwe digitale technologieën. Wel plaatst Rodowick nog enige kanttekeningen bij Manovich’ visie, maar dat wordt waarschijnlijk te uitgebreid.

Anonymous says:

Ach ja, je hebt gelijk, ik heb te snel gehandeld gisteravond. Perpetual training kan inderdaad gekoppeld worden aan de society of control. Binnen een disciplinary society werd men inderdaad bepaalde vaardigheden bijgebracht en uiteindelijk getoetst en afgesloten. Binnen de societies of control is men nooit klaar met leren en de toetsing wordt vervangen door continue controle. Mensen moeten zich constant aanpassen aan nieuwe situaties en dagelijks bijleren.

Anonymous says:

Ik sluit me gedeeltelijk aan bij Emma en Wing over dat bij discplinary societies niet mensen buiten de samenleving worden gezet.
De mensen die niet in de samenleving ‘passen’ door bijvoorbeeld ziekte of ongewenst gedrag, worden uit de samenleving gehaald en in een instituut gestopt. Bij ziekte zou dit het ziekenhuis zijn en bij ongewenst gedrag de gevangenis. Het is niet dat de mensen worden verbannen uit de samenleving en niet meer terug mogen keren. Door de mensen in de instituten te stoppen, worden zij veranderd zodat ze later juist terug kunnen keren in de samenleving zonder problemen. Het gaat hier inderdaad om het uit de samenleving plukken van mensen, maar ik denk dat het belangrijk is om te onthouden dat dat een tijdelijk iets is en dat het hier niet gaat om permanente verwijdering.

Anonymous says:

Er is nu een crisis in relatie tot alle gesloten omgevingen. Societies of control komen nu in de plaats van disciplinary societies. Hierbij is controle vrij en overal in plaats van in een gesloten omgeving.

In disciplinary societies heeft elke omgeving zijn eigen taal en is analoog. De omgevingen zijn mallen terwijl er nu steeds aanpassingen worden gedaan, de mallen worden steeds vervormd.
De gesloten ruimte van school is nu vervangen door constante bijscholing. In Disciplinary Societies begon je steeds opnieuw, maar in een control societies ben je nooit klaar.

Anonymous says:

Bij pseudo remediatie is niet duidelijk van welk medium de inhoud is geleend. Bijvoorbeeld bij de boekverfilming is het boek niet terug te zien, het wordt niet aangewend of gequoteerd. Radical remidiation daarentegen is een meer agressieve remediatie waardoor de uitgangsmedia en de uitkomstmedia duidelijk herkenbaar zijn. Het probleem hierbij is dat je niet alleen maar de inhoud van het medium kan scheiden. De boodschap kan niet van het medium geisoleerd worden.

Anonymous says:

Automatismen zijn vormen, conventies of genres die voortvloeien uit bestaande materialen en materiële condities van bestaande kunstpraktijken. Rodowick noemt in the virtual life of film hoofdstuk 2 5 verschillende definities van de term automatisme:
1. The quality of being automatic, of acting mechanically only; involuntary acion.
2. Mechanical, unthinking routine
3. The faci;ty of independently originating action or motion.
4. Any psychic phenomnon that appears spontaneously in consciousnes; any action performed subconsciously or unconciously, undirected by the min or will of the normal personality; also the mental state in which these phenomena occur
5. spec. A technique in surrealist painting.
Het gaat hierbij volgens Rodowick dus om de artiestieke praktijken. Deze automatismen refereren dan ook naar de fundamentele elementen van fotografie en film. Een element is fundamenteel wanneer de afschaffing van 1 of meerdere van hen leidt tot twijfel of het een voortvloeiende artefact een foto of film is.

Anonymous says:

Het belangrijkste punt dat Guattari maakt is dat onderzoekers hun paradigmata moeten laten varen en dat ze weer uit moeten gaan van een ‘tabula rasa’. Dit kan volgens Guattari alleen bereikt worden door weer te gaan denken vanuit zijn (hier boven ook genoemde) ecologies. De grootste kritiek heeft Guattari op de psycho-analyse; hun vakgebied bestaat volgens hem bijna alleen maar uit het denken vanuit paradigmata’s, vandaar dat ecologieën (mede dankzij hen) niet goed geanalyseerd worden in de ‘harde’ wetenschappen.

Anonymous says:

The Bleed werd van oudsher gezien als een gevaar omdat het een vervloeiing van zijn en schijn is. In hoeverre is een acteur in staat om te representeren?

Anonymous says:

En dus zal er nooit dreiging zijn zonder angst, maar de angst ook niet veroorzaakt worden als er geen dreiging is. Een bidirectionele samenhang.

Anonymous says:

Zelf zou ik niet zeggen dat angst het belangrijkste effect van het affect is. De sociale en fysieke processen in het lichaam, daarmee de hersenen, in relatie tot de omgeving en sociale context die een affect teweeg brengen, bijvoorbeeld de fysieke paraatheid bij angst, kunnen ook andere vormen aannemen dan die angst. ‘Ergens door geraakt worden’ of ‘ergens door worden bewogen’ kan heel goed voorkomen in relatie tot andere emoties zoals liefde en boosheid.

Anonymous says:

Volgens mij was perpetual training juist meer iets van de control society die Deleuze ziet verschijnen. Ik dacht meer in de richting dat er binnen een discipline maatschappij in de ‘gesloten omgevingen’ zoals een school, wel een sterke vorm van ‘training’(zeg disciplinering)plaatsvind doordat men wordt ‘getraind’, gedisciplineerd, tot de norm te behoren of die te behalen. Toetsing is daar, letterlijk, een schoolvoorbeeld van. Dit disciplinerende is iets anders dan de ‘perpetual training’ die de school vervangt. Waar je eerst binnen de afgesloten omgeving van de school moest leren om daarna naar het afgesloten domein van het werk te gaan, de fabriek, moet men in een control society altijd blijven leren. Dit is ook niet meer het oude ‘toetsen’ zoals een examen maar het ‘controleren’ door steekproeven of het meekijken over de schouder bijvoorbeeld.

Anonymous says:

Een toevoeging van D. Purves:

Drew Purves, een onderzoekswetenschapper, stelt in het interview van Emmott et al. dat mensen op twee manieren over ecologie praten: het is of een studie van interacties tussen organismen en hun omgeving, of het is een studie van de distributie en de overvloed van organismen. Hij stelt dat je beide definities nodig hebt om ecologie te beschrijven, want ecologie zou uitleg en voorspellingen moeten geven over de overvloed en distributie van organismen in relatie met de interacties van deze organismen met elkaar en hun omgevingen.